Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Rembrandts Paulus

Rembrandt
Paulus achter zijn schrijftafel

Hoewel er van Rembrandts hand meer afbeeldingen van oude mannen bestaan, is deze peinzende grijsaard duidelijk te herkennen als Paulus. Met zijn magere gezicht, vlokkige baard en pen in de rechterhand past hij in een lange beeldtraditie. Ook het zwaard en het opengeslagen boek, van oudsher de attributen van Paulus, ontbreken niet.

Typerend voor Rembrandt is dat hij op een heel eigen manier omgaat met door de traditie gedicteerde en vaak overbekende gegevens. Zoals in veel van zijn schilderijen is het ook hier vooral de belichting die de afbeelding zo bijzonder maakt. De kale ruimte waarin de apostel zich bevindt, wordt verlicht door twee lichtbronnen, die echter niet zichtbaar zijn. Het licht dat van linksboven komt valt op het hoofd van de oude man, dat daardoor de volle aandacht krijgt. De melancholieke uitdrukking op Paulus’ gezicht is meesterlijk getroffen. Niet alleen de gelaatsuitdrukking, ook zijn houding verraadt Paulus’ gemoedstoestand. Hier zit een man, die een veelbewogen leven achter de rug heeft, de schouders gekromd, de rechterhand slap neerhangend over de stoelleuning.

Met de tweede lichtbron heeft Rembrandt een heel ander effect bewerkstelligd. Deze heeft hij niet gebruikt om iets uit te lichten, zoals het hoofd van de apostel, maar om iets in tegenlicht te zetten, namelijk het opengeslagen boek. Doordat de lichtbron achter het boek verstopt is, steekt dit zwaar en donker af tegen de heldere achtergrond. Zo heeft Rembrandt het licht op twee verschillende manieren gebruikt om een belangrijk onderdeel van de voorstelling te benadrukken.

Wat verder opvalt is dat Rembrandt maar weinig kleuren nodig had om dit ingetogen, bijna meditatieve schilderij te kunnen maken. Een paar okers en bruinen en daarnaast een enkele rode toets, bijvoorbeeld in de oosters aandoende sjerp om Paulus’ middel.

Zie ook

  • Toon terzijde Het uiterlijk van Petrus en Paulus

Heeft betrekking op:

2 Korintiërs 1:1, Handelingen 26:24, 2 Tessalonicenzen 1:3, Romeinen 7:24