Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Renate Dorrestein - Verborgen gebreken

Renate Dorrestein laat de zeven hoofdstukken van haar roman Verborgen gebreken (1996) allemaal beginnen met een citaat uit Genesis 1, tot in het laatste hoofdstuk de zin 'En God zag dat het goed was' wordt bereikt. Dat het desondanks geen paradijselijk verhaal is, zal de kenners van haar werk niet verbazen.
Ook zeven maal komt in de roman de 'Engel van de Gerechtigheid' met zijn tweesnijdend zwaard voorbij. Zo lezen we op p. 161:

Bestaat er dan geen gerechtigheid? Is er niet ergens, in heel het onafzienbare universum, een engel der wrake die het voor haar zal opnemen? Een engel met een tweesnijdend zwaard, die Port na Bà voor haar zal opeisen als de rechtmatige beloning voor haar stille dromen, voor het levenslange verlangen dat zij rustig met zich heeft meegedragen zonder slachtoffers te maken, zonder verdriet en verwarring te zwaaien?

Hoewel zo'n engel bijbels aandoet, komt deze als zodanig niet in de bijbel voor. Hij is misschien een combinatie van de cherubs die met hun zwaard de toegang van het paradijs bewaken (Gen. 3:24), de met een zwaard bewapende engel van de HEER waar Bileam en David mee te maken krijgen (Num. 22 en 1 Kron. 21) en de 'Godt der wraken' uit Psalm 94.

'Elke familie heeft haar geheimen en haar verborgen gebreken' (p. 108). Deze waarheid wordt gedemonstreerd in de verschillende familiegeschiedenissen die de roman herbergt.
Twee kinderen, het tienjarige meisje Chris en haar vierjarige broertje Tommie, lopen op een vakantie in Schotland weg van hun moeder en haar jongere vriend, en raken bij een zeventigjarige ouwe vrijster verzeild, Agnes Stam, die zich over hen ontfermt. De lezer weet dan al dat Chris geen gewoon meisje is: ze heeft op school een ander meisje met een roestige spijker bewerkt en haar Barbiepop in een strop opgehangen. Ook Agnes vermoedt achter de brutaliteit en wispelturigheid van het meisje een tragedie: kindermishandeling?
Naarmate het verhaal vordert en de lezer in flashbacks ook het schijnbaar gelukkige verleden van Agnes Stam leert kennen, nakomertje na vier broers, komt meer en meer de suggestie bovendrijven dat ook haar ontwikkeling een geheim kent. Ze voelt zich de weduwe van haar net gestorven broer Robert, wiens urn ze bij zich heeft om zijn as uit te strooien bij Port na Bà in Schotland, waar zich het vakantiehuis van de familie Stam bevindt. Zonder dat het met zoveel woorden gezegd wordt, krijgt de innige relatie met haar broer een incestueus karakter. Voor Chris geldt iets dergelijks; langzamerhand groeit bij de lezer de zekerheid dat zij misbruikt is door haar zestienjarige broer.

Een belangrijk motief in de roman, dat ook in het hiervoor gegeven citaat naar voren kwam, is het menselijk streven naar geluk. Verlangen is een sleutelwoord, en daaraan gekoppeld het - soms een leven lang, en dan nóg tevergeefs - wachten op vervulling. Agnes, bij wie ook het vorige citaat hoorde, denkt ergens in het verhaal (p. 219):

Iedereen weet toch dat je alleen maar gelukkig kunt zijn wanneer je nergens naar verlangt?

Een van de hoofdmotieven is de slechte invloed van de opvoeding op een kind. Of, zoals Agnes het ergens denkt (p. 80):

Hoe meer ouders, hoe meer trauma's. Waarom is er voor ouders geen proeve van bekwaamheid verplicht, in het belang van kinderen? Waarom zijn het louter buitenstaanders zoals zijzelf, meewarig bekeken door echte vaders en echte moeders, die bereid zijn kinderen serieus te nemen, ze niet te beschouwen als wezentjes die maar één ding dienen te weten: wie hier de lakens uitdeelt?

Zo toont Verborgen gebreken pijnlijk duidelijk de onvolmaaktheid van de schepping aan. 'En God zag dat het goed was' zal dan wel ironisch moeten worden opgevat. In de woorden van Agnes, nadat ze een beroerte heeft gehad (p. 210):

'Als. Idee,' zegt ze, de woorden één voor één uitstotend, 'was het. Goed.'

Bibliografische referenties

Renate Dorrestein, Verborgen gebreken. Den Bosch: Malmberg, 2004 (Boektopper)

Heeft betrekking op:

Genesis 1:21