Overzicht bijbelboeken

Letteren > Drama

René de Clercq – Saul en David

Dit drama uit 1921 gaat over de ondergang van Saul en de opkomst van David (1 Samuël 9-31 en 2 Samuël 1). Naast de bekende personages uit het ‘echte’ verhaal voert De Clercq ook nieuwe personen op. De meest opmerkelijke is een zekere Zeruja, een soldaat uit het leger van Saul. Zeruja vecht met Eliab, een broer van David, aan zijn zijde. Zeruja verneemt van Eliab dat David in het geheim tot koning is gezalfd, al vertelde Eliab dit niet graag:

Zeruja
Wat ik vermond, heb ik van Davids broeder
Eliab, die naast mij in ’t leger diende.
De man kwam noode los. Met tangen, woord
na woord, ontrukte ik ’t lang bewaard geheim.

Zeruja spreekt deze woorden tot Abner, de legeroverste van Saul, die de geruchten over David wel eens wil toetsen. Saul staat ondertussen mee te luisteren, verborgen achter een gordijn:

Abner
Sta hier. Dit dicht gordijn verbergt u gansch
zooals een wolk, een korte stond, de zon.
(voor den koning schuift Abner de gordijnen dicht)

Later loopt Zeruja over naar David. Zeruja lijkt de verpersoonlijking van de argwaan die Saul koestert jegens David.

René de Clercq voert niet alleen nieuwe personages op, ook laat hij bekende personages meer doen dan zij in het echte verhaal doen. In 1 Samuël 22 vermoordt de opzichter van Sauls herders, Doëg de Edomiet, de priesters van Nob. In het drama gaat Doëg daarnaast met Saul en Abner mee naar de dodenbezweerster van Endor (1 Sam. 28). Hij krijgt de rol de weerstand van de vrouw, die niet waarzeggen wil, te breken door haar een buidel geld toe te steken:

Doëg (haar een buidel toonend)
Voor groot, groot loon.
In deze buidel zijn veel sikkels zilver.
De waarzegster
Veel sikkels zilver? Zilver is schoon en blank ...
Is daar ook bloed aan dezen buidel? In
uw hand vrees ik dat zeer. Want een gelaat
kan ik doorkijken soms, ook in den nacht.
(tot Doëg)
Gij zijt een slechte man, dat zie ik wel.

In 1 Samuël 28 is van omkoperij geen sprake, in het drama wel.

Ook het liefdesleven van David verschilt in het drama nogal van dat in de bijbel. In 1 Samuël 18 wordt Michal, de jongste dochter van Saul, verliefd op David. Maar in het drama is het andersom:

Jonathan
... Hij vreesde u toen
hij hoorde dat u Michal liefhad, en
een valstrik was het dat hij haar wou schenken
op zware voorwaard, toch vervuld.

De Clercq neemt wel alle dichterlijke vrijheid wanneer hij David verliefd laat worden op Abigaïl, de vrouw van de schatrijke Nabal (1 Samuël 25):

David
... Mijn hart is vol,
zoo vol ... Al was ik koning inderdaad,
voor ééne gaf ik mijne kroon. Kom thans,
mijn trouwe harp, dat ik mijn hooglied zing.

Bibliografische referenties

René de Clercq, Kain, Saul en David, Absalom, treurspelen. Zeist: Uitgeverij de Torentrans, 1934.

Zie ook: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), onder redactie van G.J. van Bork

Heeft betrekking op:

1 Samuël 9:1