Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Renée van Riessen - De stem van Paulus

In december 2008 organiseerde het dagblad Trouw samen met de Internationale School voor Wijsbegeerte een weekend over de hedendaagse betekenis van religie. De krant doet op maandag verslag van een gesprek met filosoof en dichter Renée van Riessen over het wezen en de kracht van dichterlijke taal. Volgens haar worden in die taal ervaringen vormgegeven, bewaard én opgeroepen. Van Riessen illustreert haar uitspraken met dichtregels van Hanlo en BeetsNicolaas Beets - De moerbeitoppen ruischten, en met een gedicht van haar eigen hand. 'Deze tekst is ontstaan op basis van woorden die mij raakten. Dit is mijn manier om iets terug te zeggen.'

De stem van Paulus

Paulus, die tenten maakte, schreef
over een nieuw begin van alle dingen
wanneer het aardse kamp wordt opgebroken

Een oogwenk, tussentijds, een vreemde ruil:
wat losse lappen voor een eeuwig huis.

Nu is het donker, wat we zien
blijft wazig, een beslagen ruit.
De straat is stil, een man
loopt voor mij uit,
hij wankelt en misschien
valt hij straks op de hoek.

Zijn hond is naast hem, likt
zijn hand, ook als hij struikelt,
schrikt,
en vreemde dingen ziet.

Haar commentaar: 'Voor mij gebeurt er in dit gedicht iets met tenten. De eerste vijf regels zijn een verwerking van de bemoediging die Paulus in de tweede Korinthenbrief schrijft: "Want wij weten dat, indien de aardse tent waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis." Dat werd in mijn familie boven rouwadvertenties gezet. Dat maakte indruk op mij.'

Een wenkend perspectief.
'Zo is het lang gezien. Al weet ik niet of een eeuwig huis altijd aanlokkelijk is. Ik noem dit een vreemde ruil, want we weten niet wat ons te wachten staat. Nu is het donker, wij kijken niet eens in een spiegel in raadselen zoals Paulus ergens anders zegt, maar door een beslagen ruit. Wij zijn als die man die voor mij uitloopt, en misschien straks, om de hoek valt.'

Oude mensen ervaren Elia via Beets. Wij kunnen iets van het visioen van Paulus ervaren via dit gedicht?
'Dat kan ik moeilijk voorspellen. Voor mij is dit gedicht een ingang iets van dat visioen te begrijpen. Het begon met de eerste regels. "Paulus, die tenten maakte...", dat zong steeds door mijn hoofd. De verbinding tussen het echte beroep van Paulus, en het beeld van de aardse tent, het vluchtige en zwervende verblijf hier. Het gedicht draait in feite om het beeld van het huis. Zijn we ooit ergens echt thuis? Bestaat er een eeuwig huis en moet je daarnaar verlangen? De tekst van Paulus suggereert minstens dat zo'n vreemde ruil mogelijk is. Het beeld van de woning van God is uitdrukking van het verlangen naar Gods aanwezigheid. Kennelijk is de gedachte dat we bij God kunnen wonen oneindig troostrijk, al weten we niet wat we zeggen als we die woorden herhalen.'

Bibliografische referenties

Peter Henk Steenhuis, 'Het zit in het toeven' in: Trouw, 15 december 2008. [Klik hier voor het volledige artikel.]

Heeft betrekking op:

2 Korintiërs 5:1, Handelingen 18:3, 1 Korintiërs 13:12