Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Rik Launspach - 1953

In de roman 1953 volgt de lezer het hoofdpersonage Julia, een nogal eigenzinnige Zeeuwse boerendochter. Als zij na een korte romance met garnalenvisser Diewer zwanger wordt, besluit zij het kind te houden. Ook wanneer blijkt dat Diewer met de noorderzon is verdwenen en dat haar ouders woedend zijn vanwege de komst van een onwettig kleinkind, is Julia vastberaden om het kind gezond en wel ter wereld te brengen. Op zaterdagmiddag 31 januari 1953 keert Julia met baby Ernst uit het ziekenhuis terug naar de hoeve. Ze hoopt dat nu Ernst geboren is haar ouders hun verzet wel zullen opgeven. Maar niets is minder waar en ze beseft dat ze niet thuis kan blijven. Dan steekt de storm op.

In alle commotie die nacht raakt Ernst te water en kan Julia hem nergens meer vinden. De rest van 1953 vertelt het verhaal van een moeder die wanhopig op zoek is naar haar kind. Het hele boek is op te vatten als een queeste naar een verloren baby. Julia wil weten wat er met Ernst is gebeurd. Tegelijkertijd wordt op verschillende momenten en door verschillende personages letterlijk en figuurlijk getwijfeld aan het bestaan van haar kind. Zo heeft Ernst voor Julia’s ouders in figuurlijke zin nooit bestaan, zoals het niet bestònd dat Julia zwanger was. Maar ook na de ramp proberen anderen, bij voorbeeld militair en vriend Rutus, Julia het idee van een (vermist) kind letterlijk uit haar hoofd te praten.

1953 is de debuutroman van Rik Launspach (Arnhem, 1958). Verder is Launspach werkzaam als acteur, regisseur en scenarioschrijver. In 1993 kreeg hij het Gouden Kalf voor beste acteur voor zijn rol in de film Oeroeg, naar een roman van Hella Haasse. Samen met zijn vrouw schreef hij het filmscript voor De Storm, dat zijn roman 1953 in grote lijnen volgt. Toen de film in september 2009 in roulatie ging, trok hij direct een recordaantal bezoekers; binnen een maand had al meer dan een half miljoen mensen de film gezien.
Klik hier voor de trailer en meer informatie over de film.

In het boek, maar met name tijdens Julia’s zoektocht naar de waarheid, speelt religie een belangrijke rol. Het geloof, maar meer nog het ongeloof, vormt in de roman een rode draad. De roman is een bijna constante aanklacht tegen God. Zowel Julia als Rutus houdt God verantwoordelijk voor de ramp: Hij is de hoofdschuldige. Het 'voorwoord' van de roman is in dit verband kenmerkend:

Toen God de wereld schiep, vergat Hij Zeeland. Hij maakte de continenten, de oceanen, de oerwouden en de poolkappen, maar aan Zeeland kwam Hij niet toe. (…) Op de zesde dag was de schepping klaar, maar de plek in Noord-Europa waar Rijn en Maas in zee uitkwamen, had nog niet eens een rudimentaire vorm. Als een onvolgroeide foetus lag het tegen de rest van het werelddeel aan, het was geen land, maar ook geen zee. Het was een onbegaanbare, kale moeraswoestenij waar mens en dier tot het einde der tijden diep in de modder zouden wegzakken. (…) Het was, kortom, niet Zijn bedoeling dat je er ging wonen. (p. 11)

Ook elders in de roman wordt aan de schepping en zondeval uit Genesis 1-3 gerefereerd. Zo is 'de appel' (Gen. 3:6) op verscheidene momenten in 1953 van belang. En zo vraagt Julia zich tijdens de bevalling af 'waarom een geboorte gepaard moet gaan met zoveel gedoe. (...) Waarom al die pijn en dat schreeuwen en die doodsnood?’ (p. 105 - vgl. Gen. 3:16). Een laatste voorbeeld: de oorspronkelijke naam van de hoeve annex boomgaard van Julia’s ouders is niet 'De Moesbosch', maar 'Eden', verwijzend naar de paradijstuin uit Genesis 2.

Bibliografische referenties

Rik Launspach, 1953, Amsterdam: De Bezige Bij, 2009.

Heeft betrekking op:

Genesis 1:9, Genesis 3:16