Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Rogier van Aerde - Stem in de woestijn

Eind 2007 overleed Rogier van Aerde op 90-jarige leeftijd. Zeventig jaar eerder begon hij aan zijn debuut Kaïn, een bewerking van het bijbelverhaal. Omdat hij hierin ook het joodse probleem aan de orde stelde, werd het boek tijdens de Duitse bezetting verboden. Als verzetsman werd Van Aerde gearresteerd en op transport gesteld naar Neurenberg. In de eerste jaren na de bevrijding publiceerde hij Bezet gebied en Stem in de woestijn.

In Stem in de woestijn vertelt Van Aerde het levensverhaal van Johannes de Doper. De roman begint met de aankondiging van zijn geboorte (vgl. Lucas 1:5-25) en eindigt bijna 400 bladzijden later met zijn dood door onthoofding (vgl. Marcus 6:27). Daartussenin reconstrueert de schrijver een heel leven, waarin alle bekende gegevens hun plaats krijgen. Aangezien de evangeliën bijna niets melden over Johannes' jeugd - Lucas besteedt er niet meer dan één vers aan (1:80) - voelt Van Aerde zich vrij om zich die te verbeelden, waarbij hij overigens de Schriften uitvoerig aanhaalt. Hetzelfde geldt voor andere aspecten waarover de bijbel maar summier bericht.

Een mooi voorbeeld is het hoofdstuk waarin Van Aerde vertelt hoe Zacharias en Elisabet samen het wonder van haar zwangerschap delen. Van Aerde vult hier het gat tussen Luc. 1:23 en 1:24. Hoe moet de zwijgende Zacharias zijn vrouw duidelijk maken wat er aan de hand is? Gelooft zíj wel wat hij eigenlijk niet geloven kon? Zacharias wordt gekweld door twijfel en frustratie; hij voelt zich oud en zoekt de eenzaamheid van de avond. En Elisabet?

Elisabeth komt naar hem. (...)
Elisabeth doet, wat ook hij gaarne doet en gaarne hoort, het zeggen van oude verzen. En Zacharias luistert.
Warm is haar stem:
'De sterren flonkeren op hun posten
en zij verheugen zich.
Hij roept ze en zij zeggen "Hier zijn wij!" en schitteren blij voor die ze geschapen heeft.'
Zacharias ziet de sterren en de hemel en herinnert zich de zang van Baruch, waaruit zij dit herzegde. - De wegen naar wijsheid. - Wijsheid ... Ach, dwaas die ik ben en mij verontrust. Wijsheid. - Geen mens die de wegen tot haar kent, of haar paden volgen kan. [vgl. Bar. 3:31] -
Als een kind is de vrouw, verheugt zich in het blijde schitteren der sterren, verheugt zich in het wonder van Jahve. De sterren hebben in haar mond de stem van kinderen gekregen [vgl. Psalm 8] en roepen waarlijk blij: 'Hier zijn wij!'
Zacharias beziet haar, schoon is zij. Edel is haar voorhoofd, de wenkbrauwbogen, de neus, de mond, edel. Rustig en zuiver zijn haar ogen. Hij drinkt de schoonheid van dat door het leven getekende gelaat, geniet van haar ogen en twijfelt niet meer haar te bezitten. (p. 42-44)

De tekst uit Baruch wordt een refrein in het leven van Zacharias en Elisabet, en nadat Elisabet is gestorven wordt het een dierbare herinnering voor Zacharias en zijn zoon.

Zacharias onderwijst zijn zoon.
Hij leert hem het lezen en schrijven; hij onderricht hem in de gebeden en de kennis der wet.
Voor alles verhaalt hij Joannes de geschiedenis van zijn volk. (p. 133)

Johannes is bijzonder geïnteresseerd in de verhalen over Judas Makkabeüs (zie 1 Makkabeeën) en Simson (zie Rechters).
Als zijn vader eenmaal gestorven is, pakt Johannes diens boekrollen bij elkaar en trekt naar de woestijn.

Ook de bijl neemt hij mede.
Hij droomt van Judas, den Maccabeër, en van Gideon. Hij droomt van een nieuwe dag van Midian. [Vgl. Jes. 9:3: 'Want het drukkende juk, de stang op hun schouders, de stok van de drijver, U breekt ze stuk als op de dag van Midjan.']
En hij droomt van een Samson zonder fouten, van een held die niet gevangen wordt. (p. 169)

Na een jarenlang verblijf in de woestijn wordt het Johannes door een mystieke ervaring duidelijk dat God andere plannen met hem heeft: hij zal de wegbereider van de messias worden.

Gaat, roept, zegt het aan allen: Er is een profeet bij ons gekomen. Hij heeft den Messias aangekondigd!
Gaat door het geknechte land, gaat van dorp tot dorp en van stad tot stad.
En zegt het, de blijde boodschap: De Heer is gekomen. Het rijk der hemelen is nabij. Een profeet heeft het ons gezegd.
Vreugde is er bij het hongerig volk.
O - wanhoop der verslagenen.
O - haat van de opstandigen.
O - woede der vernederden.
O - jammer der verdrukten.
O - smart der gemartelden.
O - noodschrei der getroffenen.
O - rouwzang der treurenden.
Jahve heeft u gehoord!
Hoelang hebt gij geschreeuwd om Hem?
Nu is de Redder gekomen.
Hij heeft de sluizen van zijn genadestroom opengezet.
- Het volk smachtte naar water,
doch het was er niet.
Hun tong verdroogde van dorst.
Maar nu verhoort hen de Heer. -
Draagt dan de tijding door het ganse land! Laat de mare rondvliegen met snelle vleugelslag!
Een profeet is opgestaan en hij heeft gesproken:
- Het rijk der hemelen is gekomen! - (p. 274-275)

Bibliografische referenties

Rogier van Aerde, Stem in de woestijn. Met penseeltekeneningen van Frans Hamer. Amsterdam: Urbi et orbi, [1947].

Heeft betrekking op:

Baruch 3:31-35, Lucas 1:5-25, Lucas 1:80, Lucas 3:4, Marcus 1:3, Marcus 6:14-27