Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

S. Carmiggelt - Jan

In de bloemlezing Lachen mag van God (1997) zijn 'de verrassendste verzen uit de (a)religieuze poëzie' verzameld. Een van die verzen is het onderstaande van Simon Carmiggelt. Op de geestige manier die hem eigen is, plaatst Carmiggelt het leven volgens een traditioneel-gelovige opvoeding - inclusief het nauwkeurig handhaven van het derde gebod ('potverdikkie vonden ze al vloeken') - tegenover een zogenaamd bevrijd leven. Maar dan de knagende twijfel bij de afvallige of hij nu niet in de hel zal eindigen ... Immers: 'Het loon van de zonde is de dood' (Rom. 6:23).

Jan

Aan tafel las Jans vader uit het boek der boeken.
Altijd Mattheus, als je soep wou eten.
Altijd weer 'Schaam je!' als je iets wou weten.
En potverdikkie vonden ze al vloeken.

Toen hij student was, brak hij met het hele stel,
ging Nietzsche lezen en het spotten leren.
Wanneer de Heer hem boven hoorde blasfemeren,
sprak hij: 'O ja, da's Jan, dat dacht ik wel...'

Gods wijze glimlach duurde twintig jaar.
Bevrijde Jan was duffe Jan geworden,
wiens zekerheid als prairie-gras verdorde.
Het leven was geen grapje, alles bij elkaar.

Op reis las hij in de stations op alle borden:
'En 't loon der zonde is de dood.'
Het leven had hem lelijk in de boot.
Zou hij nou straks nog engel mogen worden?

Of wachtte slechts de hete eeuwigheid der hel...
Die vrees deed hem weer op de knieën vallen.
En toen de Heer zijn klaagstem hoorde schallen,
sprak hij: 'O ja, da's Jan, dat dacht ik wel...'

Bibliografische referenties

S. Carmiggelt, 'Jan' in: C.J. Aarts en M.C. van Etten, Lachen mag van God. De verrassendste verzen uit de (a)religieuze poëzie. Amsterdam: Bert Bakker, 1997.

Heeft betrekking op:

Exodus 20:7, Deuteronomium 5:11, Romeinen 6:23