Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Salomo in de koran

In de koran komt het verhaal van Salomo (Soelaimaan) en de koningin van Seba voor in soera 27:20-44. Het bijzondere aan deze vertolking van het verhaal is dat de koningin zich bekeert, terwijl daar in de bijbel geen sprake van is, hoewel zij daar wel God prijst (in 1 Kon. 10:9).

20 En hij keek of er bij de vogels een miste en zei: “Hoe komt het dat ik de hop niet zie? Of is die bij de afwezigen? 21 Ik zal hem streng bestraffen of ik zal hem slachten of hij moet mij een duidelijke machtiging brengen.” 22 Hij bleef toen niet lang meer weg en zei: “Ik omvat [met mijn kennis] wat jij niet omvat en ik ben uit Saba’ naar jou gekomen met een vaststaand bericht. 23 Ik heb gemerkt dat een vrouw over hen heerst aan wie van alles is gegeven en die een geweldige troon heeft. 24 Ik heb gemerkt dat zij en haar volk zich eerbiedig voor de zon neerbuigen in plaats van voor God, dat de satan hun daden voor hen mooi heeft laten lijken en hun de weg versperd heeft; zij volgen dus het goede pad niet, 25 zodat zij zich niet eerbiedig voor God neerbuigen die het verborgene in de hemelen en de aarde te voorschijn brengt en die weet wat jullie in het verborgen, en wat jullie openlijk doen. 26 God, er is geen God dan hij, de Heer van de geweldige troon.” 27 Hij zei: “We zullen zien of jij gelijk hebt of dat jij tot de leugenaars behoort. 28 Breng deze brief van mij weg en overhandig hem aan hen. Wend je dan van hen af en kijk wat zij terugzeggen.” 29 Zij zei: “Raad van voornaamsten! Aan mij is een voortreffelijke brief overhandigd. 30 Hij is van Soelaimaan en hij luidt: In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige. 31 Weest niet hovaardig tegenover mij en komt tot mij als [mensen] die zich [aan God] hebben overgegeven.”
32 Zij zei: “Raad van voornaamsten! Geeft mij uitsluitsel over wat ik zal beschikken; ik tref geen beschikking zonder dat jullie er getuige van zijn.” 33 Zij zeiden: “Wij bezitten een strijdmacht en kunnen hevig geweld uitoefenen, maar de beschikking is aan jou. Kijk maar wat je wilt bevelen.” 34 Zij zei: “Wanneer koningen een stad binnentrekken brengen zij haar tot verderf en maken de machtigen onder haar mensen tot onderworpelingen. Zo doen zij. 35 Ik zal naar hen een geschenk zenden en kijken waarmee de gezondenen terugkeren.” 36 Toen hij dan bij Soelaimaan kwam zei deze: “Willen jullie mij met bezit overladen? Wat God mij gegeven heeft is beter dan wat jullie mij geven. Jullie echter verheugen je over jullie geschenk. 37 Keer naar hen terug, wij zullen met troepen tot hen komen waartegen geen weerstand geboden kan worden en wij zullen hen er als onderworpelingen die onderdanig zijn uit verdrijven.”
38 Hij zei: “Raad van voornaamsten! Wie van jullie brengt mij haar troon voordat zij tot mij komen als [mensen] die zich [aan God] hebben overgegeven?” 39 Een ‘ifriet van de djinn zei: “Ik zal hem jou brengen voordat jij van jouw plaats opstaat. Ik heb er de kracht voor en ben betrouwbaar.” 40 Hij die kennis van het boek had zei: “Ik breng hem je voordat jij met je oog hebt geknipperd.” En toen hij hem daar bij zich zag staan zei hij: “Dit is een gunst van mijn Heer om mij op de proef te stellen of ik dank zal betuigen of ondankbaar ben. En wie dank betuigt doet dat in zijn eigen voordeel en wie ondankbaar is...mijn Heer is behoefteloos en edel.” 41 Hij zei: “Maak haar troon voor haar onherkenbaar, dan zullen wij kijken of haar de goede richting gewezen is of dat zij behoort bij hen die het goede pad niet volgen.” 42 Toen zij dan kwam zei men tot haar: “Is dit jouw troon?” Zij zei: “Het is alsof het hem is.” [Soelaimaan zei:] “Aan ons was voor haar tijd al kennis gegeven en wij hadden ons [aan God] overgegeven.” 43 Maar wat zij in plaats van God dienden had haar [van het goede pad] afgehouden. Zij behoorde tot ongelovige mensen. 44 Men zei tot haar: “Treed het paleis binnen.” En toen zij het zag dacht zij dat het diep water was en zij ontblootte haar benen. Hij zei: “Het is een met glasplaten bekleed paleis.” Zij zei: “Mijn Heer, ik heb mijzelf onrecht aangedaan en ik geef mij samen met Soelaimaan over aan God, de Heer van de wereldbewoners.”

Zie ook

  • Toon Rode draad Bijbel en koran

Heeft betrekking op:

1 Koningen 10:1-13, 2 Kronieken 9:1-12