Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Samuël

Samuël is de grote religieuze leider naar wie de boeken 1 en 2 Samuël zijn genoemd. Volgens de Joodse traditie zou de profeet Samuël de tekst van deze boeken hebben opgeschreven. Zijn leven en de rol die hij heeft gespeeld in de koningsgeschiedenis worden beschreven in 1 Samuël. Samuël markeert de overgang van de tijd van de rechters naar de tijd van de koningen; hij is de laatste rechter van Israël.

Het boek 1 Samuël begint met het verhaal van Samuëls ouders. Voordat Samuël er is, bidt zijn onvruchtbare moeder Hanna tot de HEER: 'Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan u' (1:11). Als ze op een gegeven moment haar gelofte inlost en haar zoon overdraagt aan de priester Eli, spreekt ze een gebed uit, waarin we in poëtische bewoordingen de voornaamste thema's van 1 en 2 Samuël terugvinden. Wanneer later de zonen van Eli niet berekend blijken voor hun taak, roept God Samuël om het land te besturen (2:12-4:22). Eli's zonen hadden bij de strijd met de Filistijnen de ark van het verbond met de HEER ingezet, maar de Filistijnen hadden de ark vervolgens buitgemaakt (hoofdstuk 4). Onder leiding van Samuël worden de Filistijnen uiteindelijk verslagen en keert de ark terug (hoofdstuk 5-7). Wanneer ook Samuëls zonen niet geschikt blijken om hem op te volgen, vraagt het volk om een ‘echte’ koning. Hoewel Samuël dat verzoek ontoelaatbaar noemt en hoewel de HEER zich opnieuw door zijn volk versmaad voelt, geeft hij Samuël opdracht het verzoek in te willigen (hoofdstuk 8).

Samuël speelt een centrale rol in de uitverkiezing van Saul, en later van David, tot koning van Israël. Als hij Saul eenmaal in zijn ambt heeft bevestigd, lijkt Samuël te kunnen terugtreden; hij houdt zijn afscheidsrede en draagt de macht aan Saul over (11:14-12:25). Maar als Saul al in het volgende hoofdstuk tegen zijn roeping in handelt, moet Samuël hem aanzeggen dat God een andere koning voor zijn volk wenst. Samuël heeft het daar wel moeilijk mee (15:11, 35; 16:1), maar vervolgens werkt hij gehoorzaam mee aan de uitverkiezing van Sauls opvolger David. Dan verdwijnt Samuël naar de achtergrond. In 25:1 wordt zijn dood gemeld. Door toedoen van Saul moet hij echter na zijn dood toch nog eenmaal opdraven (28:2-25).

Heeft betrekking op:

1 Samuël 1:20, Wijsheid van Jezus Sirach 46:13