Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Schatting

Schatting is een vorm van belasting die het ene volk, meestal de koning zelf, oplegt aan een ander volk, vaak na een militaire nederlaag. Schatting werd geheven in de vorm van geld of edelmetaal, maar ook in de vorm van dwangarbeid.

In de vroegste geschiedenis van Israël waren de Israëlieten soms schatplichtig aan de inheemse volken van Kanaän. In Rechters 3:12-30 moet de rechter Ehud de schatting aan de Moabitische koning Eglon brengen; hij maakt van die gelegenheid gebruik de 'vadsig dikke koning' uit de weg te ruimen.

Ten tijde van de monarchie zijn de rollen omgedraaid. Nu onderwerpt koning David de Moabieten aan schatting (2 Samuël 8:2; 1 Kronieken 18:2). Ook Davids zoon Salomo, onder wiens koningschap Israël het hoogtepunt van zijn macht bereikt, onderwerpt overwonnen volken aan schatting: 'Salomo had de heerschappij over alle koninkrijken tussen de Eufraat en het land van de Filistijnen, en tot aan de grens met Egypte. Zolang Salomo leefde, waren ze aan hem onderworpen en droegen ze hem schatting af.' (1 Koningen 5:1).

Tijdens zijn bouwprojecten, in het bijzonder de tempelbouw, heft Salomo schatting in de vorm van herendienst: dwangarbeiders afkomstig uit diverse onderworpen volken worden in zijn koninkrijk tewerkgesteld (1 Koningen 9:20-21; 2 Kronieken 8:7-8).

Als de Perzische koning Cyrus het de Joden toestaat terug te keren naar hun land, wil dat nog niet zeggen dat ze hun onafhankelijkheid terugkrijgen.Terugkeer uit de ballingschap Ze zijn dan nog steeds schatplichtig aan de Perzen (Ezra 4:13; Nehemia 5:4).

Heeft betrekking op:

Rechters 3:12-30, 2 Samuël 8:2, 1 Koningen 5:1, 1 Koningen 9:20-21, 1 Kronieken 18:2, 2 Kronieken 8:7-8, 2 Kronieken 17:11, Ezra 4:13, Nehemia 5:4, Daniël 11:20, 2 Makkabeeën 8:10