Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Toegepaste kunst

Snuiven in stijl

In vele opzichten zijn snuifdoosjes vergelijkbaar met tabaksdoosjes, maar de snuifdoos deed zijn intrede pas in het laatste kwart van de zeventiende eeuw. De snuiftabak en zijn bewaardoos bleken al snel een groot succes te zijn, want rond 1715 snoof iedereen: mannen, vrouwen en zelfs kinderen. In het algemeen was een snuifdoosje een kostbaar bezit; vanaf het begin van de negentiende eeuw werden ook eenvoudigere doosjes vervaardigd.

Snuiven ging als volgt: men hield de doos vast in de linkerhand, vervolgens deed men met de rechterhand het deksel open en bracht men met rechterduim en wijsvinger een snuifje naar de neus. Een goede snuifdoos moest voldoen aan een aantal eisen: de doos moest makkelijk met een hand te openen zijn, goed afsluitbaar zijn om de geur van de snuiftabak te behouden en handzaam zijn.

De meeste snuifdoosjes zijn versierd met bijbelse voorstellingen en vaak werden de bijbelillustraties van Schut als voorbeeld genomen. Net als tabaksdoosjes zijn er snuifdoosjes in allerlei vormen, van rond tot onregelmatig ovaal en van rechthoekig tot achthoekig. Cornelis van Hoek (1786-1813) wordt beschouwd als de meest productieve dozenmaker van Amsterdam aan het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw. Van zijn hand zijn de volgende twee snuifdoosjes:

Cornelis van Hoek
Snuifdoos: vlucht naar Egypte
Pieter Hendriksz. Schut
Ioseph op 't bevel des Engels, vertreckt met het Kindeken en sijn Moeder na Egypten.

Een veelvoorkomend type is de zogenaamde cartouchevormige, diepe snuifdoos die gekenmerkt wordt door haar onregelmatige ovale omtrek. In 1806 maakte Van Hoek zo’n doos met een voorstelling van Jozef, Maria en het kindje Jezus op de vlucht naar Egypte (Matteüs 2:14). Vrij secuur is de compositie van de kleine Schutprent gekopieerd, echter het landschap is geheel anders en de ezel heeft in plaats van zijn linker- zijn rechtervoorpoot opgeheven.

Cornelis van Hoek
Snuifdoos met doop van de kamerling.
Pieter Hendriksz. Schut
Philippus onderwijst, ende Doopt den Camerlingh van Candace Coninginne der Mooren.
Pieter Hendriksz. Schut
Grote Schutprent: Heilig water op een woesten weg gevonden.

Op deze ovale, diepe snuifdoos uit 1809 van Van Hoek is de voorstelling van de doop van 'de kamerling uit Morenland' (Hand. 8:38) aangebracht. De achterkant van de doos is afgeplat, zodat het scharnier geïntegreerd kon worden in de dekselrand. Opmerkelijker is echter het bijbels tafereel. Van Hoek heeft zich waarschijnlijk laten inspireren door zowel de kleine als de grote Schutprent; deze prenten zijn gespiegeld aan elkaar. Voor de handeling van de doop van de eunuch door Filippus is gebruik gemaakt van de kleine Schutprent. Dit geldt ook voor de plaatsing van de figuren achter Filippus, maar de manier waarop ze met elkaar omgaan is afkomstig van de grote Schutprent. Hetzelfde geldt voor de plaatsing van de koets aan de rechterkant die overeenkomt met de grote Schutprent, terwijl de gesloten vorm van de koets uit de kleine Schutprent overgenomen is. Net zoals Schut experimenteerde met de composities van anderen, werden zijn prenten zelfs anderhalve eeuw na hun totstandkoming nog creatief gebruikt.

Zie ook

  • Toon terzijde Handzame tabaksdoosjes
  • Toon Rode draad De Schutbijbel toegepast

Bibliografische referenties

B.W.G. Wttewaal, Nederlands klein zilver en schepwerk 1650-1880, Zutphen 2003.

Heeft betrekking op:

Matteüs 2:14, Handelingen 8:38