Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Stamvaders

Het boek Genesis kent een aantal geslachtsregisters, ofwel genealogieën. Een van de doelen van dergelijke genealogieën was het identificeren van stamvaders voor bekende volken. De zogenaamde 'volkenlijst' in Genesis 10, waarin de nakomelingen van Noach worden opgesomd, is daar een goed voorbeeld van. Jafets zonen wonen in Klein-Azië en op mediterrane eilanden, de zonen van Cham in Afrika en Arabië en het nageslacht van Sem gaat in Mesopotamië wonen. Abraham is als Hebreeër ook een nakomeling van Sem.

Ook in andere passages in Genesis worden stamvaders aangewezen (Lot in 19:37-38; Abraham in 25:1-4; Esau in 36:1-8; Jakob in 35:23-26). De verhalen rond stamvaders uit de vroegste tijden weerspiegelen en verklaren de politieke werkelijkheid van veel later tijd. Het verhaal van Noach en Cham bijvoorbeeld (Gen. 9:20-29) verklaart waarom de Kanaänieten onderworpen zijn aan het Israëlitische volk, nakomelingen van Sem. Op dezelfde manier verklaren de verhalen rond Jakob en Esau, en dan met name de geschiedenis rond hun geboorte (Gen. 25:19-34), de moeizame verhoudingen tussen de broedervolken Edom en Israël.

Naast de herkomst van de verschillende volken wordt ook de uitvinding van bepaalde vaardigheden teruggevoerd op de vroegste tijden. De zonen van Lamech gelden als de stamvaders van veehouders, muzikanten en metaalbewerkers (Gen. 4:19-22). Van Noach, zoon van een andere Lamech, wordt vermeld dat hij landbouwer was en de eerste die een wijngaard plantte (Gen. 9:20).