Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Symbolon

Toen Tobit indertijd aan Gabaël een geldbedrag leende, hebben ze een ontvangstbewijs getekend, en dat in tweeën gedeeld (Tob. 5:2-3). Deze praktijk was in de klassieke oudheid wijdverbreid; in de Grieks-Romeinse wereld was deze bekend onder de naam symbolon.

In 1982 publiceerde Harry Mulisch zijn boek De Aanslag. Op de avond van de aanslag, waarmee de eerste episode begint (januari 1945), zit het gezin Steenwijk – vader, moeder en hun zonen Peter en Anton – nog in de rust van de huiskamer bijeen. Tijdens de bespreking van Peters huiswerk, de vertaling van een stukje Homerus, stelt vader Steenwijk zijn zoon de vraag:

‘Weet je wat een symbolon was?’
‘Nee,’ zei Peter op een toon waaruit bleek, dat hij het ook niet wilde weten.
‘Wat is dat dan, pap?’ vroeg Anton.
‘Dat was een steen, die ze doormidden sloegen. Stel, ik logeer in een andere stad en ik vraag mijn gastheer of hij jou ook eens wil ontvangen, – hoe weet hij dan, dat jij inderdaad mijn zoon bent? Dan maken we een symbolon, hij houdt de ene helft en thuis geef ik jou de andere. Als je daar dan aankomt, passen ze precies op elkaar.’
‘Die is goed!’ zei Anton. ‘Ga ik ook eens doen.’
Kreunend wendde Peter zich af.

Bibliografische referenties

Harry Mulisch, De Aanslag. Amsterdam: de Bezige Bij, 1982.

Heeft betrekking op:

Tobit 5:2-3