Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Tabernakel of ontmoetingstent

De bouw van de tabernakel

In Exodus 26 staat uitvoerig beschreven hoe de ‘tabernakel’ eruit moet komen te zien, terwijl Exodus 36:8-38 een verslag bevat van de daadwerkelijke bouw ervan. De ‘tabernakel’ is een draagbare tempel, die de Israëlieten tijdens hun tocht door de woestijn steeds weer kunnen afbreken en weer opbouwen. De reden voor het maken van dit woestijnheiligdom wordt gegeven in Ex. 25:8, waar God zegt: ‘De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat ik te midden van hen kan wonen.’ Uit de opdracht tot de bouw van de tabernakel (Ex. 25:1-9) blijkt dat Gods woestijnheiligdom de mooiste tent (het woord tabernakel betekent ‘tent’) van de Israëlitische legerplaats moet worden. Mozes krijgt de opdracht goud, zilver, koper, edelstenen en de mooiste en duurste stoffen in te zamelen.

Uit de bouwplannen die beschreven staan in Ex. 26 kunnen we enigszins een beeld krijgen van hoe de tabernakel eruit heeft gezien. Het geraamte is een rechthoekige constructie van 15 bij 5 meter en 5 meter hoog, gemaakt van houten panelen (vs. 15-29). De gordijnbanen van de fijnere stoffen worden daaroverheen gedrapeerd. Aan de buitenkant worden gordijnen van geitenhaar gebruikt. Het geheel krijgt een ‘dak’ van rood geverfde ramsvellen en zeekoevellen (vs. 1-14).

Het bouwplan van de tabernakel is eenvoudig: hoe verder het heiligdom betreden wordt, hoe heiliger het wordt. Het centrum van het woestijnheiligdom wordt het ‘allerheiligste’ genoemd. Dit is de verblijfplaats van God en hier staat de ark van het verbond (25:10-22). Alleen de hogepriester mag er eens per jaar komen, op Grote Verzoendag (Lev. 16). Het ‘allerheiligste’ wordt met een ‘voorhangsel’ – een gordijn geweven van de fijnste stoffen en gedecoreerd met cherubsCherubs – gescheiden van het ‘heilige’. Deze heilige ruimte herbergt het reukofferaltaar (Ex. 30:1-10), de tafel met het toonbrood (25:23-30) en de lampenstandaard (25:31-40).

Als ‘bufferzone’ tussen de heilige tabernakel en de voor onreinheidRein en onrein vatbare Israëlitische legerplaats, wordt ten slotte nog de bouw van een voorhof voorgeschreven (27:9-19). Het heiligdom moet geplaatst worden op een terrein van 45 bij 22,5 meter, met een omheining van 2,5 meter hoog. Binnen die omheining staat ook het brandofferaltaar (27:1-8) en het bronzen wasbekken (30:17-21).

De tabernakel in de bijbelse geschiedenis

De tabernakel, ook wel ‘ontmoetingstent’ genoemd, staat centraal in de eredienst aan God en daarom lezen we er veel over in het Oude Testament. Het boek Leviticus schrijft bijvoorbeeld voor dat offers gebracht moeten worden aan de ingang van de tabernakel (Lev. 1:3, 5; 4:5-7; 17:4 enzovoort). Ook vinden in of nabij de tabernakel veel belangrijke gebeurtenissen plaats – zoals bijvoorbeeld de inwijding van Aäron en zijn zoons tot priester (Lev. 8), het conflict tussen Mozes en Mirjam en Aäron (Num. 12), de opstand van Korach (Num. 16; 26:9-11) en het aanwijzen van Jozua als de opvolger van Mozes (Deut. 31:14).

Nadat het volk van Israël het beloofde land is ingetrokken, wordt de tabernakel opgericht in Silo (Joz. 18:1; 19:51). Net als in de woestijn bepaalt ook nu de ontmoetingstent de plaats voor de dienst aan God (Joz. 22:19). Ook ten tijde van Samuël en Eli is de tabernakel het religieuze centrum van Israël (1 Sam. 2:22), maar daarna wordt het lot van de tabernakel onduidelijker.

Als de ark van het verbond veroverd wordt door de Filistijnen, komt die uiteindelijk niet terug in de tabernakel maar wordt hij ondergebracht in Jeruzalem (2 Sam. 6). De tabernakel bleef, zonder ark, waarschijnlijk in Silo staan, totdat die stad verwoest werd (Jer. 7:12). In 1 Kron. 16:39 duikt de tabernakel opnieuw op: hij blijkt verplaatst te zijn naar de ‘offerhoogte van Gibeon’. Overigens vindt de offerdienst aan God al die tijd nog wel plaats bij de tabernakel (1 Kron. 21:28-30; 2 Kron. 1:3-6). In het boek 1 Koningen lezen we dat koning Salomo zowel de ark als de tabernakel met inventaris in de nieuwe tempel laat plaatsen (1 Kon. 8:4).

In de verhalende boeken vernemen we niets over het einde van de tabernakel. Uit het boek Klaagliederen blijkt echter dat de tent, samen met de tempel van Salomo, verwoest is door de Babyloniërs, toen die in 587 v. C. Jeruzalem innamen (Klaagl. 2:6-7).

Tabernakels nu

Tegenwoordig is ‘tabernakel’ in de rooms-katholieke kerk de aanduiding voor het kastje waarin de hosties voor de eucharistieEucharistie en Avondmaal bewaard worden. Dit kastje hangt aan de muur of staat op het altaar. Gotische tabernakels zijn vaak fraaie torenachtige sierarchitecturen.

Heeft betrekking op:

Exodus 26:1, Exodus 36:8-38, Leviticus 8:3, Leviticus 16:2, Numeri 12:4, Numeri 7:1, Numeri 1:1, Numeri 9:15, Numeri 14:10, Deuteronomium 31:14, Jozua 18:1, 1 Samuël 2:22, 1 Koningen 8:4, 1 Kronieken 21:28, 1 Kronieken 6:17, 1 Kronieken 9:19, 1 Kronieken 13:3, 1 Kronieken 17:5, 1 Kronieken 23:26, 2 Kronieken 1:3, Klaagliederen 2:6-7, Wijsheid van Jezus Sirach 24:15