Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Terugkeer uit de ballingschap

Als de Babyloniërs zich gedwongen zien de heerschappij over het Nabije Oosten af te staan aan de Perzen,Het Perzische rijk heeft dat voor de Judeeërs, die in Babylon in ballingschap verkeren, welkome gevolgen. Na ongeveer vijftig jaar komt een einde aan hun gedwongen verblijf in den vreemde als de Perzische koning Cyrus (558-530 v. Chr.) een decreetHet decreet van Cyrus uitvaardigt waarin staat dat ze mogen terugkeren naar hun land om de tempel van God te herbouwen (2 Kron. 36:22-23; Ezra 1:1-4). Die was door de Babyloniërs in 586 v. Chr. verwoest.

Uit de bijbel blijkt dat het decreet van Cyrus zeker geen massale terugtocht naar Juda tot gevolg had. Veel Judeeërs bleven in Babylonië wonen omdat ze daar een nieuw bestaan hadden opgebouwd. We lezen over de terugkeer, en de gebeurtenissen daaromtrent, in drie fasen. Hieronder worden die fasen gekoppeld aan de namen van de leidersfiguren.

Zerubbabel en Jesua (538-515 v. Chr.)
Na het decreet van Cyrus trekken de eerste Judese ballingen weg uit Babylon. Zij worden aangevoerd door ZerubbabelZerubbabel en JesuaJozua (Ezra 2:2; 3:2). Deze twee mannen delen het leiderschap; Zerubbabel als de kersverse gouverneur (Hag. 1:1) van de Perzische provincie Juda en hogepriester Jesua als de hoogste geestelijke leider. Aangekomen in hun vaderland beginnen de Judeeërs aan de herbouw van de tempel (Ezra 3:8-9; Neh. 7:7; 12:1), maar worden al snel tegengewerkt door de lokale bevolking (Ezra 4:4-5). De bouw wordt zelfs gestaakt op last van de Perzen (Ezra 4:17-23), maar wordt circa 520 v. Chr. weer hervat en in 516-515 v. Chr. is de tempel voltooid (Ezra 6:15).

Ezra (458-457 v. Chr.)
De tweede fase is de tijd van EzraEzra. Dat is de naam van de priester en schriftgeleerde die door de Perzische koning Artaxerxes (465-424 v. Chr.) naar Jeruzalem wordt gezonden ‘om daar een onderzoek in te stellen naar de naleving van de wet van uw God’ (Ezra 7:14). Enkele duizenden in Babylon achtergebleven Judeeërs volgen hem (Ezra 8:1-20). Het bestuur over Juda is nog steeds in handen van een hogepriester en een Perzische gouverneur, beide verblijvend in Jeruzalem.

Nehemia (445-433 v. Chr.)
De derde fase concentreert zich rondom de figuur van Nehemia, een hoge Judese beambte aan het Perzische hof. Als hij hoort van de droevige situatie in Juda, vraagt hij eerst zijn God en daarna de Perzische koning om hulp. Koning Artaxerxes is hem goed gezind en stelt hem aan als gouverneur van Juda (Neh. 1-2). De belangrijkste gebeurtenis uit het bijbelboek dat naar deze Nehemia is genoemd, is de herbouw van de muren van Jeruzalem, ondanks de tegenstand die de Joden daarbij van de lokale bevolking ondervinden (Neh. 3:33-38).

Zie ook

  • Toon terzijde Het decreet van Cyrus
  • Toon terzijde Het Perzische rijk
  • Toon terzijde Joden in ballingschap

Heeft betrekking op:

Ezra 1:5, Nehemia 1:3, Nehemia 7:6-7, Nehemia 12:1, 1 Kronieken 9:2, Jeremia 29:10, Jeremia 46:27