Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Tessalonica

Tessalonica was gelegen in Macedonië, het land van Alexander de Grote, in het noorden van Griekenland. De stad werd in 316 v. Chr. gesticht door Kassander, die op dat moment regent van Macedonië was. Hij vernoemde de nieuwe vestiging naar zijn vrouw Tessalonike, de stiefzuster van Alexander. Als kustplaats groeide Tessalonica uit tot de belangrijkste haven van het hellenistische koninkrijk Macedonië. Er is weinig bekend over het dagelijks leven in de stad omdat er weinig opgegraven is: de moderne Griekse stad Thessaloniki is bovenop de ruïnes van de oude stad gebouwd.

De Romeinen namen bezit van Tessalonica na de nederlaag van koning Perseus (in 168 v. Chr.). De stad werd een beperkte autonomie toegestaan. In 42 v. Chr. werd Tessalonica zelfs een vrijstad, vanwege haar steun aan de latere keizer Augustus.

In Paulus’ tijd was Tessalonica een belangrijk handelscentrum. De stad lag precies op de kruising van de Via Egnatia, de belangrijkste landroute van het westen naar het oosten, en de handelsroute van het Donaugebied in het noorden naar Aegeïsche zee in het zuiden. Ook al was Tessalonica onderdeel van het Romeinse rijk, en hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, de stad was Grieks. De inwoners spraken Grieks, hadden een Griekse levensstijl en aanbaden Griekse goden zoals Dionysus, Asclepius, Demeter en de Dioscuren.

Uit de bijbel is Tessalonica natuurlijk vooral bekend van de twee brieven van de apostel Paulus aan de christelijke gemeente aldaar. Paulus had de stad volgens Handelingen 17:1-9 bezocht – als tweede stad op Europees grondgebied – samen met zijn reisgenoot Silas. Nadat hij in de synagoge gesproken had over Jezus werd Paulus in het huis van zijn gastheer Jason belaagd door een woedende menigte, waarna hij met Silas naar het nabijgelegen Berea moest uitwijken. De christelijke gemeenschap van Tessalonica was overwegend afkomstig uit de heidenen.

Heeft betrekking op:

1 Tessalonicenzen 1:1, 2 Tessalonicenzen 1:1, Handelingen 17:1