Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Tom Lanoye - Onze jongens

Om 'adequaat' te kunnen reageren op de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog bedienden kunstenaars zich ook van de taal en de beelden van de bijbel. Een paar voorbeelden.
Wilfred Owen (1893-1918) gaf zijn gedicht 'Insensibility' de vorm van de zaligsprekingen (Matt. 5):

Happy are men who yet before they are killed
Can let their veins run cold.
(...)
Happy are these who lose imagination:
They have enough to carry with ammunition.
Their spirits drag no pack,
Their old wounds, save with cold, can not more ache.
(...)

En in 'The Parable of the Old Man and the Young', met taal ontleend aan de King James Version, hergebruikte Owen het verhaal van Abraham die zijn zoon moest offeren (Gen. 22). Ook hier wordt vanuit de hemel ingegrepen, maar met een ander vervolg - in de vertaling van Patrick Lateur:

Maar zie, een engel riep vanuit de hemel
Hem toe: 'Geen haar mag jij de jongen krenken,
Geen enkel kwaad mag jij hem doen. Kijk daar,
Een ram met horens in een struik verstrikt.
Dus offer in zijn plaats de Ram van Trots.'

De ouwe wou niet, heeft zijn zoon gedood,
En, een voor een, Europa's halve schoot.

Ook in de politieke tekeningen van Louis Raemaekers (1869-1956) werd vaak geput uit bijbelse stof. Raemaekers' tekeningen verschenen dagelijks in een paar honderd kranten. De Amerikaanse pers doopte hem 'the world's most famous cartoonist', en Theodore Roosevelt noemde Raemaekers' karikaturen 'de krachtigste bijdragen van de neutralen aan het doel van beschaving in de wereldoorlog'.

In 2001 en 2002 publiceerde De Standaard een aantal 'gedichten uit de Groote Oorlog' in een bewerking van Tom Lanoye. Onderstaand gedicht is Lanoyes bewerking van 'They' van Siegfried Sassoon (1886-1967). Bij Sassoon spreekt een bisschop hooggestemde woorden over de nobele strijd tegen de antichrist; op het nuchtere weerwoord van de jongens biedt de geestelijke een bekende bijbeltekst als dooddoener.

Onze jongens

't Zijn altijd oude mannen die op aarde
De geest van God het meest reïncarneren
Met gouden ringen, geurtjes, grijze baarden
Of het aplomb waarmee ze redeneren:
'Als onze jongens straks weer huiswaarts keren,
Zijn zij een Ander Mens. De Goede Zaak
Heeft hen gekneed - finaal het Kwaad bezweren! -
En door het bloed van menig kameraad
Komt het hun toe een nieuw rechtschapen ras
te kweken: zij, die steeds de Dood trotseren
Met fiks gemoed en moedige grimas.'

Waarop de jongen zongen: 'Zijt maar zeker
Dat zich in ons een Ander mens bevindt.
George is zijn benen kwijt en Bert is blind.
Soo pakt meer pillen dan een apotheker.
Jan slikte mosterdgas, Gaston is dood,
En Piet heeft syfilis ... De kans is groot
Dat geen piot zal demobiliseren
Die níet veranderd is tot op het bot.'

Waarop, onfeilbaar, d'ouden riposteren:
'Onpeilbaar zijn de wegen van den Here.'

Bibliografische referenties

Tom Lanoye, 'Onze jongens' in: Niemands Land. Gedichten uit de Groote Oorlog, Amsterdam: Prometheus, 2002, p. 27.

Heeft betrekking op:

Romeinen 11:33, Matteüs 5:3-11, Genesis 22:12