Overzicht bijbelboeken

Letteren > Drama

Truwanten

'De Nachtwacht van de Middelnederlandse letteren' - zo is het zgn. Hulthemse handschrift wel genoemd. In dit handschrift vindt men bij elkaar de beroemde abele spelen (o.a. Esmoreit en Gloriant) en een aantal sotternieën. Een van die sotternieën heet Truwanten, wat zoveel betekent als 'landlopers', 'bedelaars'. Het eerste deel van het stuk - vermoedelijk ruim de helft van het totaal - ontbreekt.

Het wel overgeleverde fragment vertelt over een dienstmeid die na een knallende ruzie met haar bazin aanklopt bij 'brueder Everaet'. Deze kluizenaar is een lollaerd; in de middeleeuwse literatuur betekent dat doorgaans: een schijnheilige broeder (misschien zelfs een ketter), die vooral op geld uit is en vrouwen probeert in te palmen. Dat beeld lijkt wel te kloppen als Everaet het meisje ('de maerte') begroet:

Ay minneken, sijt groet willecome!
Nu willic van mijnre clusen scheiden.
Achter lande salic u leiden ghelijc
of ghi waert Suster Lute.
Ic can soe menegerande clute,
dies al die liede niet en weten.
De maerte
Wat, Brueder Everaet, sidi beseten?
Wildi mi leren nu truwanten?

Everaet wil samen met het meisje gaan rondtrekken onder gebruikmaking van een oude landloperstruc: dat ze zich uitgeven voor bedelende pelgrims. In de volgende scène zien we hoe ze hun spel spelen, waarbij brueder Everaet meent dat hij de mensen te slim af is. Maar in de slotscène blijkt dat hij zich vergist heeft: niemand minder dan de duivel zelf maakt daar duidelijk dat bedriegers zoals Everaet voor hun zonden zullen boeten:

Hoert, ghi heren overal:
ic hebbe bracht in den val
desen brueder met minen treken.
Sine heilicheit heeft hi nu besceten.
Al draechti nu grau abijt,
het sal noch comen wel den tijt
dat hi rekenighe doen sal,
ende sijn brueders, groet en smal,
die dus truwanten achter lande
ende eten der lieden sonden ende scande!
Dies selen si noch voren singhen
ende in minen ketel springhen.

Volgens de Amerikaanse onderzoeker Robert E. Lerner dramatiseert Truwanten een passage uit de tweede brief aan Timoteüs, nl. 3:4-6. Lerner laat zien dat deze tekst in de Middeleeuwen gegolden heeft als een lieu commun, een standaardbewijsplaats, om degenen die van schijnvroomheid werden verdacht te ‘pakken’. De woorden van de apostel leken in het bijzonder de lollaerden, met hun kwalijke invloed op vrouwen, op het lijf geschreven te zijn. Verder wijst Lerner erop dat de enscenering van een religieuze vermaning in een alledaags tafereeltje karakteristiek is voor de late Middeleeuwen. Herman Pleij sluit zich bij Lerners visie aan, alleen ziet hij het stuk als een variatie op een preek over de bewuste Timoteüs-tekst.

De werkgroep van Brusselse en Utrechtse neerlandici die een uitgave van Truwanten heeft verzorgd, vindt de stelling van Lerner en Pleij te absoluut, en wijst op andere bijbelplaatsen over dwaalleraren die evengoed een rol gespeeld kunnen hebben. Zo lijkt de uitspraak van de duivel 'ende eten der lieden sonden ende scande' rechtstreeks ontleend aan het portret dat Hosea 4 van de valse priesters schetst.

Bibliografische referenties

Truwanten. Een toneeltekst uit het handschrift-Van Hulthem. Ed. werkgroep van Brusselse en Utrechtse neerlandici. Utrecht: HES, 1987 (3e druk). [De volledige tekst van deze uitgave - tekst en uitvoerige toelichting - is te vinden in DBNL.]

Heeft betrekking op:

Hosea 4:8, 2 Timoteüs 3:4-6