Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Van bronstijd naar ijzertijd

Een belangrijke stap voorwaarts in de geschiedenis van Israël was het ontrafelen van de geheimen van de ijzerbewerking. Die stap werd gemaakt op de wende van het eerste naar het tweede millennium v. Chr., tijdens de regeringsperiode van koning David (ca. 1010-970 v. Chr.).

IJzer werd voor het eerst bewerkt in het derde millennium v. Chr. Deze vroege ijzeren voorwerpen werden gemaakt van ijzer dat afkomstig was van meteorieten – in Egypte werd ijzer dan ook het ‘metaal van de hemel’ genoemd en in Sumerisch schrift werd ‘ijzer’ geschreven met de tekens voor ‘hemel’ en ‘vuur’. Lange tijd werd ijzer naast brons gebruikt; het was namelijk nog niet bekend hoe het van nature betrekkelijk zachte metaal het best ‘hard’ gemaakt kon worden (daar is toevoeging van koolstof voor nodig). Ook konden de ovens die gemakkelijk koper uit kopererts smolten (bij 1083 °C) niet hoog genoeg worden opgestookt om uit ijzererts ‘puur’ ijzer te winnen (daar is 1538 °C voor nodig).

Waarschijnlijk werden deze problemen voor het eerst ‘opgelost’ in Klein-Azië, in de tweede helft van het tweede millennium. Van daaruit importeerden de Filistijnen de geheimen van de ijzerbewerking naar Kanaän. Uit de bijbelboeken Jozua en Rechters blijkt dat de ‘ijzeren strijdwagens’ van de Kanaänieten een grote indruk maakten op de Israëlieten (Joz. 17:16-18; Re. 1:19 en 4:3). De ijzeren wapens van hun vijanden waren namelijk superieur aan bronzen wapentuig; ijzer is harder, gemakkelijker te bewerken en duurzamer.

Tijdens de regering van Israëls eerste koning, Saul, bewaakten de Filistijnen nog steeds succesvol hun ‘metaalmonopolie’, en in het bijzonder hun kennis van ijzerbewerking. Volgens 1 Sam. 13:19-22 was er ‘geen smid te vinden’ in Israël, omdat de Filistijnen wilden ‘voorkomen dat de Hebreeën zwaarden of speren zouden maken’. Al hun werktuigen, zoals bijvoorbeeld ploegscharen, moesten bij de Filistijnen geslepen worden en alleen de koning en zijn zoon hadden een zwaard.

Die situatie veranderde onder koning David. Hij bond de strijd aan met de Filistijnen, onderwierp hen, en veroverde een groot gedeelte van hun gebied. De Israëlieten waren nu niet langer in het nadeel wat metaalbewerking betreft, en vanaf dat moment vinden we in toenemende mate sporen van het gebruik van ijzer in Israël. In de bijbel wordt ijzer steeds ‘normaler’ ten opzichte van brons (1 Kron. 29:2-7; 22:3; Jes. 45:2; Jer. 1:18). Archeologisch onderzoek bevestigt de regeringsperiode van David als de periode waarin de overgang van de bronstijd naar de ijzertijd zich voltrok voor Israël.

Het gebruik van ijzer ten opzichte van brons heeft talloze voordelen, waarvan er een paar al genoemd zijn. Misschien wel het grootste voordeel is het feit dat ijzererts in Kanaän voorhanden was. Voor brons had men echter naast koper ook tin nodig, en dat was een veel zeldzamer metaal. Tin moest geïmporteerd worden, met alle kosten van dien. Het ontdekken van de ijzerbewerking had dus ook een aanmerkelijk economisch voordeel.

Heeft betrekking op:

1 Samuël 13:19-22, 1 Kronieken 22:3, 1 Kronieken 29:2, Rechters 1:19