Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Van offerrituelen tot het offer van Christus

Hans Mielich
Di Lasso's boetepsalmen geïllustreerd: Psalm 130:4
Maar bij u is vergeving,
daarom eert men u met ontzag.

Deze afbeelding is afkomstig uit een handschrift waarin de boetepsalmen van Orlando di Lasso zijn opgenomen. Het thema van Psalm 130:4 is schuldvergeving. Als illustraties hierbij zijn verschillende offerrituelen uit het Oude Testament gekozen, die gezien kunnen worden als voorafschaduwing van de offerdood van Christus. Daarom kunnen we hier ook spreken van typologie.

Links op de afbeelding is de scène te zien waarin Mozes de Israëlieten oproept om voor hun behoud naar de koperen slang te kijken (Numeri 21:8-9). Dat is in zekere zin te vergelijken met Christus' dood aan het kruis omwille van de verlossing van de mensheid. Het kruis is rechts op de afbeelding voorgesteld, met Johannes de Doper die ernaar wijst, en het Lam van God 'dat de zonde van de wereld wegneemt' (Johannes 1:29).

Op de achtergrond zien we het gouden kalf uit Exodus 32:4. Het gouden kalf bevindt zich aan de voet van de Sinai, waar Mozes de stenen platen met Gods wet ontving. Tegenover de Sinai is rechts op de afbeelding een andere berg afgebeeld, waarop Jezus biddend is voorgesteld. Op de voorgrond is Jezus' opstanding weergegeven, waarbij hij als triomfator uit zijn graf verrijst. De voorstellingen op de linkerzijde worden door een rivier gescheiden van de voorstellingen rechts. Bovenaan zien we een kleine voorstelling van God de Vader die het licht van de duisternis scheidt (Genesis 1:4).

De kleine voorstelling op de voorgrond verwijst naar Leviticus 16:7-8. Een stier springt door de ronde vorm van het initiaal, de letter 'O' of 'Q'. Dit initiaal lijkt niets met de voorstelling te maken te hebben, maar dient als versierend element dat tekst en beeld met elkaar verbindt. In Leviticus wordt beschreven hoe door loting moest worden vastgesteld welke bok als offer bestemd was voor God. Aäron moest twee bokken naar de ingang van de ontmoetingstent brengen, en daar, voor het aangezicht van God, door het lot vaststellen welke bok geofferd moest worden.
Aan de rechterkant van de kleine voorstelling op de voorgrond is de scène uit Numeri 15:24 verbeeld. We zien een priester die zijn hand op de stier legt om het dier als brandoffer aan God aan te bieden. Dit offer werd gebracht volgens de voorschriften bij overtreding van de gegeven wetten in Numeri. Door handoplegging werden de zonden van het volk door het offer overgenomen. Het dier werd op deze manier geofferd als schuldoffer.
Zowel de stier als de bokken op de afbeelding behoren tot de offerrituelen. De stier als offer voor de priester, de bokken, waarvoor geloot moest worden, voor het gewone volk.

De typologische verwijzing van Oudtestamentische offerrituelen naar het offer van Christus is in alle voorstellingen duidelijk. De tegenstelling tussen het leven onder de Oudtestamentische bedeling en het leven na de komst van Christus wordt bovendien verduidelijkt door twee inscripties. Rechts onder staat een regel in het Latijn uit Romeinen 10:4 waarin beschreven wordt dat de wet zijn doel vindt in Christus. Links de tekst: 'Abraham credidit et reputat est illi ad justitiam' (Romeinen 4:3).

Zie ook

  • Toon terzijde Orlando di Lasso's boetepsalmen geïllustreerd

Heeft betrekking op:

Psalm 130:4, Numeri 21:8, Johannes 1:29, Leviticus 16:8, Numeri 15:24