Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Verdeeldheid in Korinte

Het is niet verwonderlijk dat het beeld van de christelijke gemeente als 'lichaam van Christus' juist in 1 Korintiƫrs voorkomt (1 Kor. 12:12-31). Paulus probeert met deze vergelijking een onderling verdeelde en ruziemakende gemeente aan te sporen tot eenheid.

In het eerste hoofdstuk omschrijft Paulus die verdeeldheid als volgt: 'de een zegt: "Ik ben van Paulus," de ander: "Ik van Apollos," een derde: "Ik van Kefas," en een vierde "Ik van Christus." Is Christus dan verdeeld?' (1 Kor. 1:12). In de rest van zijn brief probeert Paulus een einde te maken aan die verdeeldheid (tevergeefs, zoals 2 Kor. 2:4 - over de 'tranenbrief' - duidelijk maakt).

De gemeente van Korinte verschilde van mening over tal van onderwerpen; over ethiek (echtscheiding, huwelijk, seksualiteit), maar ook over het eten van offervleesOffervlees, de rol van vrouwen in de samenkomsten en de betekenis van Christus' opstanding. Er kunnen twee radicaal verschillende visies tussen de regels door gelezen worden.

De ene opvatting neigt naar ascetisme. Voorstanders vonden dat het 'goed is dat een man geen gemeenschap met een vrouw heeft'. Een andere groep vindt dat 'alles toegestaan is' en meent zich op grond van hun geestelijke 'kennis' een heleboel dingen te kunnen permitteren die de andere groep weer een doorn in het oog zijn.

Paulus kiest bewust geen partij maar nuanceert en bekritiseert beide invalshoeken. Hij zegt bijvoorbeeld dat het celibataire leven in dienst van God inderdaad aan te prijzen is, maar dat het 'beter is te trouwen dan te branden van begeerte' (1 Kor. 7:9) en dat inderdaad alles toegestaan is, maar dat niets iemand 'beheersen' mag (1 Kor. 6:12). Ten slotte plaatst hij alles in het perspectief van de liefde (1 Kor. 13).

De gemeente van Korinte was niet alleen verdeeld over ethische en religieuze onderwerpen, zoals de passage over de viering van de 'maaltijd van de HeerDe maaltijd van de Heer' duidelijk maakt. Het was de bedoeling dat iedereen wat eten meenam om dat te delen met de anderen. Nu heeft Paulus gehoord dat 'de een honger lijdt en dat de ander dronken is', omdat iedereen eet van wat hij 'zelf heeft meegebracht' (1 Kor. 11:21-22). Deze verdeling tussen arm en rijk wordt door Paulus aan de kaak gesteld.

Heeft betrekking op:

1 Korintiƫrs 1:11