Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Vermeers Allegorie van het geloof

In de kunst van de zestiende en zeventiende eeuw was de personificatie een geliefd beeldmotief. Een abstract begrip zoals trouw of gerechtigheid werd als persoon - meestal als vrouw - voorgesteld, voorzien van een aantal kenmerkende attributen.

Johannes Vermeer
Allegorie op het geloof

Vermeers grote Allegorie van het geloof is zo’n personificatie, in dit geval van het geloof. In grote lijnen volgt Vermeer de beschrijving die Cesare Ripa geeft. Ripa’s Iconologia, die in 1644 in het Nederlands was verschenen, was het toonaangevende handboek voor de uitbeelding van personificaties. In totaal zijn er drie beschrijvingen voor verschillende personificaties van het geloof in dit boek te vinden. Een ervan luidt als volgt:

Fede. Geloof
’t Gelove, wort oock door een Vrouwe afgebeelt, die sittende en seer aendachtigh siende, een Kelck in de rechter hand hout, rustende met haer slincker op een Boeck, dat op eenen vasten hoecksteen staet, te weten Christo, hebbende de Werreld onder haere voeten.
Zy is in Hemels blaeu gekleet met een carmosyne opperkleet. Onder den hoecksteen leyt een Slange verplettert, en de Dood met sijne pijlen verbroocken. Hier by leyt een Appel, waer door de Sonde is veroorsaeckt.
Zy is met Lauwerblaeden gekroont, tot een teycken, dat wy door ’t Gelove overwinnen. Achter haer hanght een Doorne Kroon aen een spijcker. ’t Welck alles door sich selven klaar is, als hebbende weynigh verklaeringe van noode.
In ’t verschiet wort Abraham mede gestelt, alwaer hy sijnen Soone wilde offeren.

Bijna alle genoemde attributen zijn in Vermeers voorstelling terug te vinden, hier en daar met variaties. Zo heeft zij haar voet niet op de hoeksteen staan maar direct op de wereld, aangeduid door een wereldbol. De hoeksteen die de slang verplettert ligt op de voorgrond. Ook is op de achtergrond geen voorstelling van het offer van Abraham te vinden maar een groot schilderij met de voorstelling van de kruisiging. Dit werk is herkenbaar als schilderij van de Antwerpse kunstenaar Jacob Jordaens en men gaat ervan uit, dat het in het bezit van Vermeer was.

In tegenstelling tot de gewone uitbeelding van personificaties die meestal in een soort onbepaalde, neutrale ruimte worden afgebeeld, heeft Vermeer zijn voorstelling in een herkenbare, zeventiende eeuwse binnenruimte geplaatst. De stenen vloer, het houten plafond, het gordijn op de voorgrond de lichtbron links aan het zicht onttrekt, zijn bekend uit Vermeer’s genrevoorstellingen. De abstracte personificatie van het geloof lijkt daarom enigszins misplaatst.

Het schilderij zou men als krachtige uiting van Vermeers katholieke geloof kunnen beschouwen. Hij was immers voor zijn huwelijk in 1654 katholiek geworden en hij onderhield vrij nauwe contacten met de Jezuïeten. De eerste eigenaar van het schilderij die men kan traceren, was echter protestants, postmeester Herman Stoffelsz van Swoll (1632-1698).

Heeft betrekking op:

Zacharia 3:9, Wijsheid 12:2