Overzicht bijbelboeken

Over > Sleutelscènes

Vijf liederen

De vijf klaagzangen die met elkaar het boek Klaagliederen vormen, staan in zekere zin allemaal op zichzelf. Natuurlijk zijn er gemeenschappelijke thema's in de afzonderlijke liederen, waardoor er allerlei verbanden binnen en tussen de liederen zijn aan te wijzen. De liederen met/na elkaar vertonen echter geen ontwikkeling; ze vertellen geen (chronologisch) samenhangend verhaal. Na het eerste lied begint lied 2 dus gewoon weer van voren af aan, enzovoort.

De liederen verschillen onderling o.a. in de gekozen invalshoek. Zo hoort men in het eerste klaaglied eerst een anonieme stem die Vrouwe Jeruzalem beklaagt; halverwege het lied, vanaf 1:12, is het Sion zelf die haar klacht direct en persoonlijk uit.
In het derde lied komt weer een andere 'ik' aan het woord; volgens sommigen een verslagen soldaat, maar in elk geval een Job-achtige figuur. De eerste zes verzen van dit lied lijken een omkering van de zes verzen van de bekende psalm 'De HEER is mijn herder' (Psalm 23).
Het laatste lied is in zijn geheel een gebed in de wij-vorm.

Heeft betrekking op:

Klaagliederen 1:1-5:22