Overzicht bijbelboeken

Letteren > Drama

Vondel en Rafaël

Zijt ghy dat Rafael? zijt ghy dat zelf, die beide
Tobias en zijn bruid zoo veiligh t’huis geleide?
Of liever die gezant des hemels, die zoo klaer
Voor Moses trock, gelijck een vierige pilaer?
Of die den vromen Loth noch berghde eer ‘t vier van boven
De steden stack in brand? of die den gloenden oven
Verkoelde, en brogt‘er gaef drie jongelingen uit?

In het laatste bedrijf van Gijsbrecht van Aemstel (1637) laat Joost van den Vondel de engel Rafaël verschijnen als deus ex machina (r. 1823-1864). De engel geeft Gijsbrecht opdracht om Amsterdam te verlaten: de stad is ten ondergang gedoemd, maar Rafaël biedt de held van het drama een veilige aftocht. Rafaël duidt de ondergang van Amsterdam als een onderdeel van Gods plan. Dezelfde voorzienigheid gunt het publiek ook een blik in de verre toekomst: de engel mag aankondigen dat Amsterdam zal herrijzen en bloeien, in wat later de Gouden Eeuw zal heten.

Uit de aangehaalde versregels (r. 1865-1871) blijkt dat de rol van beschermengel Rafaël op het lijf geschreven is. Vondel verwijst naar het optreden van de engel in achtereenvolgens Tobit, Exodus (13:21-22), Genesis (19:15-23) en Daniël (3:13-30). In werkelijkheid wordt Rafaël echter alleen in Tobit bij name genoemd; buiten dit boek komt in de bijbel geen engel onder die naam voor. Wanneer men een verband legt tussen ‘de zeven engelen die voor Gods troon staan’ (Openbaring 8:2) en Tobit 12:15, krijgt ten minste één anonieme engel een gezicht.

Richard Roland Holst
Lucifer

Dat Rafaël ook een rol speelt in Lucifer (1654) kan, gezien de plaats van handeling, geen verbazing wekken: ‘Het tooneel is in den hemel.’ De spelers zijn de engelen en hun opstandige soortgenoten. Rafaël komt in het vierde bedrijf op; zijn komst matigt in zekere zin de opgebouwde spanning, en bereidt daarmee de climax van het laatste bedrijf voor. In de lange tweespraak tussen Rafaël en Lucifer (r. 1455-1655) wordt de kern van het conflict blootgelegd: de grenzeloze hoogmoed van Lucifer staat tegenover Rafaëls goedheid en zuiverheid. Het vertrouwen van Rafaël op Gods genade is zo groot dat hij zich aanbiedt als middelaar tussen God, die overigens niet ten tonele wordt gevoerd, en Lucifer.

In ‘aller treurspelen treurspel’, Adam in ballingschap (1664), neemt Rafaël niet meer dan negen versregels voor zijn rekening. Het tweede bedrijf begint met de drie engelen Gabriël, Michaël en Rafaël. Gabriël typeert Rafaël in r. 348-351 als zijn ‘leistar’,

                die in den hooghsten boogh
Des hemels wert gewyt in ‘t zevental, wilvaerdigh
De Godtheit naer den mont te zien, en Godts rechtvaerdigh
Besluit te stercken

Zie ook

  • Toon terzijde Aartsengelen

Bibliografische referenties

De werken van Vondel, 3e, 5e en 10e deel.

Heeft betrekking op:

Tobit 12:15