Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

W.A. Paap - Vincent Haman

Willem Paap is de schrijver van de satirische roman Vincent Haman (1898), die wel wordt gezien als een sleutelroman over de Beweging van Tachtig. Paap schetst een beeld van het literaire en artistieke wereldje van de jaren '80 en '90 van de 19e eeuw. In het boek wordt de mooischrijverij op de hak genomen, en afgezet tegen de ware literaire expressie van bijv. Multatuli, aan wiens nagedachtenis de roman is opgedragen. In de hoofdpersoon Vincent Haman herkennen we Lodewijk van Deyssel.

Een passage uit het tweede deel (p. 100-102), waarin Esther Luzac in haar huis aan de Keizersgracht een mooie plek zoekt voor een 'gevoelige' tekening van Jan Toorop:

Wat zou ze doen vandaag? Naar haar atelier gaan en schilderen? Maar zy was wat onlekker: naar gedroomd van nacht. Enfin, niet zeuren: ze zou toch maar gaan werken. Als je zeurderig bent, moet je maar hard werken: dan ploeter je 't er uit... Maar eerst zou ze eens die teekening van Toorop krygen, die ze een paar dagen geleden van hem gekocht had. 't Was juist zulk mooi licht hier in de kamer, en in dit mooie licht zou ze eens kyken, waar-i hier het beste hing. Want haar andere schilderyen en teekeningen had ze in de suite vóor, in die kouë suite, en studies en zoo hing ze in haar atelier, maar dit intieme ding van Toorop moest in deze intieme kamer hangen.
Zy opende een deur in den wand der tuinkamer tegenover de ramen, kwam er in een kamertje dat op de binnenplaats uitzag, begon met hamer en beitel een houten pakkage los te breken.
Fameuse vent, die Toorop, met z'n vreemde dingen uit 'n andere wereld. 'N vreemde kop, die spitse kop met de spitse sik onder die dikke hoofdharen... Die weerligse spyker laat niet los; allo, daar is-i. Nou dat papier weg, kyk daar heb je 't gevoelige ding. Hoe zoo'n kerel daaraan komt; zy gaf er haar hand voor als ze 't maken kon.
Met haar dunne witte vingers sleept ze de teekening, in zwarte lyst achter glas, uit het donkere binnenplaatskamertje in de tuinkamer, zet haar tegen een stoel by het bureau, gaat voor het andere raam in een crapaud zitten, er naar kyken.
Jan Toorop
O grave, where is thy Victory
Hoe raar, dat je met wat groot gebogen lynen en wat donker en bruin zoo'n mooien indruk krygt. Twee graven; twee vreemde wezens er boven, iets als vrouwen, die zweven, zweven, heel stil, zonder dat je iets gebeuren ziet. ‘Grave, where is thy victory’, noemde-n-i het. Waar van daan komt het, dat je die mooie indruk krygt, dat zy zoo zwevend gaan naar iets heel rustig-vers? 't Is of je in 'n kerk bent, 'n vreemde kerk, waar je stil bent, doodstil, alle menschen-monden doodstil.
Zy zou de gravure hangen... boven het bureau dat ging niet, ook niet als ze 't portret van Vincent er weg deed, want de ruimte was er te laag... tegenover het bureau, dan moest de Mucha daar weg... zy zou hem hangen aan de wand tegenover de ramen. Op donkere dagen was-i dan niet best te zien, maar 's avonds by het gaslicht toch altyd heel goed...
Daar zou ze hem hangen. Maar vandaag nog maar niet: zy was toch niet prettig vandaag. Wat was er toch? Net of er heel verborgen in haar iets was, dat haar telkens zenuwachtig maakte, iets verborgen onaangenaams ergens diep in je, dat je wilt zien maar je ziet het niet.

Bibliografische referenties

W.A. Paap, Vincent Haman. Amsterdam: Vivat, 1908 (2e druk). [De volledige roman is ook te vinden in de DBNL.]

Heeft betrekking op:

Hosea 13:14, 1 Korintiërs 15:55