Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Wasf

Het Arabische woord wasf is een technische term voor een subgenre in de liefdespoëzie van het Nabije Oosten. Een wasf is een beschrijvend gedicht dat de lichamelijke schoonheid van de geliefde bezingt. De verschillende lichaamsdelen komen één voor één aan de beurt, waardoor de wasf een opsommend karakter krijgt. Meestal is er een bepaalde volgorde waarin de lichaamsdelen verschijnen: van onder naar boven of van boven naar onder. De vergelijkingen en de beeldspraak in de wasf hebben kleur en vorm als zwaartepunt. In het Hooglied bevatten de volgende passages een wasf: 4:1-5, 5:10-16, 6:4-7 en 7:1-7.

Je zou een wasf kunnen vergelijken met een mooi plaatje waar je naar moet kijken (Hooglied 7:1-2):

Draai rond, meisje uit Sulem, draai rond,
draai rond, we willen naar je kijken.
Kijk! Zie je dat meisje uit Sulem,
zoals ze danst tussen twee reien?
Wat zijn je voeten mooi in je sandalen, koningskind!

De vroegste vormen van dit genre vinden we in een Akkadische hymne op de godin Ishtar en in de Egyptische poëzie uit de tijd van Ramesses I en II (1300-1100 voor Christus). In het in Qumran gevonden Genesis-apocryphon, geschreven rond het begin van onze jaartelling, wordt de schoonheid van Sara uitgebreid beschreven in een wasf. Het genre loopt vervolgens door in de Arabische poëzie. We treffen vele voorbeelden aan in de vertellingen van Duizend-en-één nacht.

Bibliografische referenties

Roland E. Murphy – The Song of Songs. A Commentary on the Book of Canticles or the Song of Songs. Minneapolis: Fortress Press, 1990.

Heeft betrekking op:

Hooglied 4:1-5, Hooglied 5:10-16, Hooglied 6:4-7, Hooglied 7:1-7