Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Willem Brakman - Heer op kamer

De novelle Heer op kamer van Willem Brakman verschijnt in 1988, precies honderd jaar nadat de Londense wijk East End onveilig werd gemaakt door Jack the Ripper. Hoewel de naam van de beruchte seriemoordenaar nergens in het verhaal wordt genoemd, waart zijn kwade geest er nadrukkelijk rond.

In Brakmans novelle gaat het om ene Mr Boldero, die als 'heer op kamer' verblijft bij de eigenlijke hoofdpersoon, Ms Barlow. Mr Boldero speelt de rol van mysterieuze commensaal, "een overgevoelige natuur, [...] een man die een goede opvoeding had genoten maar nochtans veel leed had moeten dragen, vermoedelijk ook bijzonder teleurstellende ervaringen had opgedaan wat zijn medemensen betrof en wie had dat niet ..." Zijn kamerverhuurster probeert uit alle macht meer te weten te komen over haar zonderlinge gast. Bij zijn afwezigheid gaat ze in zijn kamer op zoek naar zijn geheim; ze snuffelt in zijn aantekeningen en concludeert: 'Een dichter.' Ook de andere man die in haar leven een rol komt spelen, politie-inspecteur Mr Stub, toont veel belangstelling voor de man in haar huis. Samen bespreken ze de gruwelijke gebeurtenissen waar de kranten vol van staan; zelfs laat hij haar het moordwapen zien: een scheermes met een goedkoop benen handvat met daarop een scheepje.

Halverwege het verhaal (p. 60-67) komt de lezer Mr Boldero dicht op de huid, als hij zich te goed doet aan de visschotel die zijn hospita voor hem heeft bereid. "Zo placht Mr Boldero als hij vis at (en vis was zijn lievelingskost) die immer te larderen met de profeet Jona; alleen een met vis gevulde oerholte verschafte hem al mummelend de grote inzichten." Etend en lezend becommentarieert Boldero het oude profetenverhaal: "eerste deel superbe, tweede deel jammer, derde en vierde hoofdstuk in hoge mate te betreuren!" Hij herkent de stijfkoppigheid en eigenzinnigheid van Jona tot in het opspelen van zijn maag en darmen.

"Nu, allen die het boek Jona kennen weten dat doel en oorzaak gelegen zijn in het tweede boek en daarvan het laatste vers. 'De HEERE nu sprak tot den visch, en hij spuwde Jona uit op het droge', dat is de spil der sproke, waar het al om wentelt." (65) Dit vers wordt ook betrokken op andere situaties in het verhaal, bijvoorbeeld als Ms Barlow na een (ingebeelde?) aanranding in East End het gevoel heeft "alsof ze in een grote boog vanuit het hart van het gevaar weer tussen de mensen was uitgespuwd" (72/80).

De eerste helft van het boek Jona, het deel dat Mr Boldero weet te waarderen, komt enkele malen terug in het verhaal. Zo leest Ms Barlow in de geheime notities die haar huurder na zijn duistere omzwervingen door de grauwe buurt heeft gemaakt (99/101):

Ten slotte gebeurde er wat ik vreesde, na een onverstaanbaar morren, mompelen en pruttelen ontstond er in de stegen en poorten een fluisteren en uiteindelijk een spreken. Het steeg op uit de sombere stoeten die maar doelloos door de straten gingen, de handen voor het gelaat (of voor de neus). 'Wij zijn opgeslokt,' hoorde ik, 'wij zijn de bek voorbij, de gulp heeft ons getroffen. Uit de diepte van de darm roepen wij tot U, de duisternis van het lijf omvat ons, 't is al gal, slijm en bloed waar we ook kijken. Vingers, tenen en benen zijn niet meer van ons, want alles verteert in de grote vis. Poep zijn wij in darm en er is niets buiten de walvis, ook God niet, Hij slechts blubber Hij, o knies, o sombernis ...'
[...]
Grote veranderingen voltrekken zich in ons op het moment van de begroeting, nog meer op dat van de herkenning. Dan verstrengelen wij ons in elkaar, doen wat is voorgeschreven en schenken elkaar tussen de schrille, onvermengde doodsschrik en oergram een doorblik op de tekst waar zozeer sprake is van de vis en het spuwen op het droge.

Bibliografische referenties

Willem Brakman, Heer op kamer, Amsterdam: Querido, 1988

August Hans den Boef, 'Geen plagiaat maar postmodernisme: Willem Brakman en Jack the Ripper'. In: Bzzlletin 160 (1988), p. 51-56.

Heeft betrekking op:

Jona 2:11