Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Willem Wilmink – Een eigen Hooglied

Bij zijn dood in 2003 liet Willem Wilmink (1936-2003) een veelomvattend oeuvre na van kinderverhalen, liedteksten en gedichten, waaronder de bundel Een eigen Hooglied. Hij treedt in deze bundel in regelrecht gesprek met het eeuwenoude bijbelse Hooglied, waaruit hij de verzen citeert die hem inspireerden tot het schrijven van zijn eigen liefdespoëzie. In zijn eenvoudige, bijna lichtvoetige bewoordingen snijdt hij een keur van onderwerpen aan die met de liefde te maken hebben: verliefdheid, verlangen, trouwbelofte, scheiding, de pijn van het gemis, het zich verlaten voelen, liefde tussen mannen, liefde en aids, gerijpte liefde en ouderdom. Hij schuwt de schaduwzijde van de liefde niet en dicht ook over de pijn die de liefde met zich mee kan brengen. Waar het Hooglied uitloopt in de bezegeling van de liefde door trouw in 8:6-7 gaat Wilmink dus veel verder. De bundel eindigt positief met het gedicht ‘Oktober’. ‘Oktober’, de tegenhanger van het openingsgedicht ‘De hoogste tijd’, laat zien dat het vlammetje van de liefde niet dooft en eeuwig jong blijft:

Oktober
Voor Wobke
 
In oktober komt april
weer om aandacht vragen,
er is bijna geen verschil
met de lentedagen:
lentelucht en lentegroen,
zonlicht door de blaren,
daarvan mocht het laat seizoen
iets voor ons bewaren.
 
Alles is in de natuur
door iets nieuws bevangen:
ook het late liefdesuur
wekt een pril verlangen.
 
Onze zomer is voorbij,
kalmer zijn de zinnen,
maar in ’t najaar zullen wij
dieper nog beminnen:
in ons hart de overvloed
van een rijk verleden,
zullen wij het oude land
met nieuwe moed betreden.
 
Alles is in de natuur
door iets nieuws bevangen:
ook het late liefdesuur
wekt een pril verlangen.

Bibliografische referenties

Willem Wilmink, Een eigen Hooglied. Enschede, 1996.

H. Bekkering, D. Cartens, M. Steegstra (red.), Ik droomde dat ik wakker was. Schrijversprentenboek 52. Amsterdam: Bert Bakker. Den Haag: Letterkundig Museum, 2004.

Heeft betrekking op:

Hooglied 2:11, Hooglied 8:6-7