Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Wolff & Deken - Sara Burgerhart

De schrijfsters Betje Wolff (1738-1804) en Aagje Deken (1741-1804) hebben samen drie romans-in-brieven geschreven: Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (2 delen; 1782), Historie van den heer Willem Leevend (8 delen; 1784-85) en Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut (6 delen; 1793-96).

Het beginpunt van het genre briefroman is Pamela, or virtue rewarded (1740-41) van de Engelse auteur Samuel Richardson. Maar vooral met zijn tweede, The History of Clarissa Harlowe (1747-48), heeft Richardson in heel Europa naam gemaakt, vanwege het realisme in de details en de karakterbeschrijving en vanwege zijn technische beheersing.

Wolff en Deken hebben het genre in Sara Burgerhart naar een nieuw hoogtepunt gevoerd. Terwijl Richardson nog werkte met overzichtelijke één-op-één-correspondenties, hebben zij een bijzonder complexe structuur gerealiseerd: bij hen is er een verscheidenheid aan personages, die hun brieven aan verschillende anderen richten. De auteurs hebben zich uitstekende regisseurs getoond: niet alleen hebben ze alles goed in de hand kunnen houden, maar bovendien hebben ze de mogelijkheden die het genre biedt voor de intrige, volop benut. Zo kan een brief ‘per ongeluk’ in een verkeerde envelop worden gestoken, waardoor de inhoud gelezen wordt door iemand voor wie die brief nu juist niet bestemd was – met alle gevolgen van dien! Door daarnaast zo veel verschillende personages de rol van verteller te geven, hebben de auteurs hun verhaalfiguren psychologisch weten te typeren op een manier die voor die tijd min of meer uniek is. Het resultaat is een knappe, levendige roman in 175 brieven, vol afwisseling en spanning.

Hoe ingenieus en vernieuwend de compositie ook is, het verhaal van Sara Burgerhart is allesbehalve modern. De auteurs willen hun jonge lezeressen in de lotgevallen van de 18-jarige Saartje een spiegel voorhouden. In het voorwoord aan de ‘Nederlandsche Juffers’ schrijven zij: “Ons hart kan trillen van vrees, wanneer wy bevallige, zoetaartige, ouderloze, of niet wel opgevoede jonge Juffertjes, in dien gevaarlyken leeftyd, waar in de jeugd gevoelige harten ontwikkelt, en nog sluimerende driften wakker maakt, eene Waereld zien intreden, met de onärgdenkentheid eens kinds, dat geen gevaar kan vrezen, ’t geen het niet kent.” Moge de geschiedenis van Sara Burgerhart naïeve meisjes behoeden voor een fatale misstap!

Vanzelfsprekend komt in een roman over deugd en ondeugd ook de bijbel aan bod. In de 146e brief schrijft Abraham Blankaart aan de weduwe Willis, over haar zoon (‘moedergek’) Willem:

Hoor, Vriendin, als ik u zie, dan denk ik altyd aan Naömi, de Moeder van Ruth, uit den Bybel. Willems land is uw land, en Willems God is uw God; zo als er in den Bybel staat.

Ook in Willem Leevend wordt Ruth genoemd, vanwege haar vroomheid (II, brief 27) en opnieuw vanwege de hechte band met haar schoonmoeder (IV, brief 5):

Wat zou ik met zo eene Dogter wys geweest zyn; ik had al gegeeven, wat los en vast was. En myn gemoed schoot my vol, toen ik zag, hoe wel dat zy met haar Bruigom was; wy zouden net als Ruth en Nahomi geweest zyn; maar dat heeft zo niet moeten zyn. Dat zal nog een Paar van den ouden tyd zyn, toen de getrouwde lui zo één hart en één ziel hadden, gelyk de Schrift zeit; want al heb ik den tyd niet, om veel in den Bybel te spikkeleeren, dan Zondags onder het kerkuur; want dan gaat onze Kaptein, die altyd ’s ogtends onder het gehoor gaat, zyn slaapje neemen; en dan snurkt hy zó, dat ik my zelf niet verstaan kan. En men kan evel om een uur te leezen geen kamer overhoop haalen: maar ik weet nog wel wat uit het Woord.

Zie ook

  • Toon terzijde Een Jozua's besluit

Bibliografische referenties

E. Dekker, wed. ds. Wolff, en A. Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Den Haag: Nijhoff, 1980 (facsimile-uitgave). [Volledige tekst ook in de DBNL.]

E. Dekker, wed. ds. Wolff, en A. Deken, Historie van den heer Willem Leevend (8 delen). [Volledige tekst in de DBNL.]

Heeft betrekking op:

Ruth 1:16