Overzicht bijbelboeken

Letteren > Drama

Zes wagenspelen van Sint Jans Openbaringhe

In 1581 verschenen er bij drukker Jan van Ghelen uit Antwerpen zes wagenspelen van Sint Jans Openbaringhe. De spelen, die vanwege hun bescheiden omvang niet geschikt waren voor een afzonderlijke uitgave, werden toegevoegd aan een groter werk, namelijk Den Boomgaert der Belgischer poeterijen, een berijmde historie over een fictieve Vlaamse ridder Moerman, geschreven door Jan vanden Kiele.

Spelen als deze, beperkt van omvang en eenvoudig van structuur, waren bedoeld voor opvoering in stoeten en processies. Omdat dit genre niet tot de hoogste vormen van dichtkunst gerekend werd, zijn er nauwelijks handschriften en drukken van bewaard gebleven. De wagenspelen zijn echter te beschouwen als een belangrijke schakel in de ontwikkeling van het rederijkerstoneel. Ze staan tussen de figuren die tijdens ommegangen en plechtige intochten werden vertoond, en het gesproken drama op omvangrijker toneelstellages in.

De zes wagenspelen van Sint Jans Openbaringhe zijn uniek. De Europese toneelliteratuur van de Middeleeuwen en vroegmoderne tijd kent wel spelen over de apocalyptische onderwerpen 'antichrist' en 'het laatste oordeel', maar voorbeelden van tekstgetrouwe dramatiseringen van delen van het boek Openbaring treft men, behalve het spel Apocalipsis 12, vers 1, niet aan. Openbaring laat zich moeilijk voor het toneel bewerken: de visioenen kennen geen normaal verhaalverloop en vrijwel geen dialoog, maar wel vreemdsoortige wezens die lastig op toneel uit te beelden zijn. Voor de wagenspelen waren deze hindernissen van minder grote betekenis, omdat het daar vooral draait om beelden. Net zoals in het boek Openbaring verschillende profetische beelden elkaar opvolgen, bestaan de wagenspelen uit wisselende spelen, die op zichzelf gezien vrij statisch zijn en die in monoloog en dialoog van uitleg en commentaar worden voorzien.

Inhoud

De eerste drie wagens geven vrijwel hetzelfde beeld: Johannes op Patmos, op de eerste wagen nog alleen, op de twee volgende wagens liggend voor de voeten van de Mensenzoon, die tussen zeven gouden lampenstandaards staat (Op. 1:12-17). Afgezien van een monoloog van Johannes aan het begin van het eerste spel (Op. 1:1-8) en zijn beschrijving van de Mensenzoon (Op. 1:12-16), is in deze drie spelen alleen de Mensenzoon aan het woord, die de tekst van de zeven brieven aan de kerken van Klein-Azië voordraagt (Op. 2-3). Zijn monoloog wordt volgens de toneelaanwijzingen viermaal onderbroken voor een korte loop tussen de kandelaren.

Op de vierde wagen wordt Openbaring 4 uitgebeeld, het troonzaalvisioen. Johannes ziet een deur in de hemel openstaan en hoort een stem die hem uitnodigt daarnaar op te stijgen. Johannes doet dit en geeft dan een beschrijving van wat hij achter die deur ziet. Doordat Johannes niet weet wat zich achter de deur bevindt en hij eerst daarnaar zal moeten opstijgen om het te kunnen zien, wordt er een dramatische spanning gecreëerd.

Uit de toneelaanwijzing bij deze scène blijkt dat er op de wagen gordijnen opengeschoven moeten worden, waarachter de troon, de dieren en de oudsten te zien zijn:

'Hier gaet Jan deur de poorte [= de duere] ende ter zijden worden de gordijnen open gheschoven; binnen staende eenen setel, warer in een is sittende, wiens aanschouwen is als Sardis etc.'

Deze toneelaanwijzing toont het zogenaamde toog-karakter van dergelijke wagenspelen: het onthullen of ineens toevoegen van een compleet en afgerond beeld aan het spel. Hoewel bij de andere spelen in de toneelaanwijzingen niet gesproken wordt over het wegschuiven van de gordijnen, mag men toch aannemen dat bij alle spelen de voorstelling pas begon wanneer de speelruimte voor het oog van de toeschouwers werd geopend.

Bij het vijfde en zesde spel blijft de inrichting van de wagen vrijwel gelijk. God draagt aan het begin van het vijfde spel het boek met de zeven zegels, dat kort daarna door het lam wordt overgenomen (Op. 5:1-14). Op de zesde wagen staat het lam dat alle zegels een voor een opent. Waarschijnlijk heeft het zesde spel het grootste spektakel opgeleverd, want na het openen van elk van de vier zegels komt van achter de wagen een van de vier ruiters tevoorschijn, die om de wagen heenrijdt en aan de voorzijde van de wagen halt houdt om een korte zelfbeschrijving te geven.

De beschrijving uit Openbaring 6:12-17 sluit het zesde spel af. De mensen hebben met dit wagenspel dus de inleiding op de dag van het oordeel gezien. Mensen verbergen zich in spelonken en rotsen en roepen tot bergen en rotsen: Val op ons neer! Verberg ons voor het oog van hem die op de troon zit en voor de toorn van het lam!

Bibliografische referenties

B.A.M. Ramakers, 'Apocalyptiek op de planken: twee rederijkersspelen over het boek Openbaring'. In: Ons geestelijk erf 66-3 (1992), p. 187-223.

Heeft betrekking op:

Openbaring 6:12-17, Openbaring 5:1-14, Openbaring 4:1-11, Openbaring 2:1-3:22, Openbaring 1:12-16