Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Zittend Christuskind

Zuid-Nederland, Mechelen
Zittend Christuskind

Dit vriendelijk glimlachende Christuskind heeft waarschijnlijk een rol gespeeld in privédevotie. Dergelijke beelden werden gebruikt als aandachtspunt bij het bidden. Aan het eind van de Middeleeuwen deed een meer persoonlijke geloofsbeleving haar intrede, die onder meer haar neerslag vond in afbeeldingen in getijdenboeken maar ook in handzame beelden. Vooral het meeleven bij het lijdensverhaal van Christus was populair, maar men zocht ook uiting voor de liefdevolle gevoelens voor het 'kindeke Jesu'.

De eerste Christuskindjes van deze soort werden gevonden in Zuid-Duitse vrouwenkloosters, waar in de veertiende eeuw een mystieke beweging was ontstaan. Vrouwelijke mystici kregen onder andere visioenen waarbij ze een tijdje voor het Christuskind moesten zorgen. In teksten waarin ze deze visioenen beschrijven, staat te lezen hoe ze het kindje van Maria te logeren krijgen, het baden en koesteren. Ze konden er, om kort te gaan, hun moedergevoelens bij uiten. De hiervoor gebruikte, anatomisch tamelijk correcte beeldjes konden aangekleed worden met speciale kleertjes. Dit gebeurde met name op hoogtijdagen, bijvoorbeeld met Kerstmis.

Als we naar dit beeldje kijken valt goed in te denken, op welke manier men ermee omging. De ruimte tussen armen en lichaam maakt het eenvoudig om de mouwtjes van een mantel eroverheen te trekken. Het haar van deze gezeten Jezus is aan de bovenkant afgeplat, zodat men er een kroontje op kan zetten; drie gaten dienen ter bevestiging. Deze speelse omgang met het Christuskind vond niet alleen plaats in kloosters, maar ook bij burgerlijke gezinnen. Tot de dag van vandaag hebben Christuspoppetjes, vooral als onderdeel van kerststallen, hun opvoedkundige functie bewaard.

Over het algemeen werd het kind staand afgebeeld; zittende voorbeelden zoals deze zijn wat zeldzamer. Met zijn zegenende rechterhand en de linkerhand die de wereldbol ondersteunt, is dit kind een typische Christus Salvator. Na Kerstmis werden deze beeldjes ook gebruikt tijdens het feest van de Zoete Naam van Jezus, oftewel de dag van zijn besnijdenis, die op 1 januari werd gevierd (Lucas 2:21). Het is opvallend dat dit beeldje duidelijk de mogelijkheid biedt om het zojuist besneden kindje Jezu te verzorgen.

Zie ook

  • Toon essay Frauke LaarmannDe traditie van de kerststal

Bibliografische referenties

M. van Vlierden, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600. Utrecht/Zwolle 2004 p. 288.

Heeft betrekking op:

Johannes 16:11, Efeziërs 2:2